1e dag vrijdag 24 – 5 – 2002 Saverne 156 km
Epinal
Het regent in Epinal, als ik mijn dagboek begin. Het ontbijt was karig voor een fietser, en nu zit ik te wachten aan mijn ontbijttafel op beter weer, intussen dood ik de tijd met het schrijven van mijn memoires. Mijn was had ik gisterenavond nog gauw effen in de wastafel gewassen, maar deze is nog lang niet droog en hij mag in een plastic tas mee naar de volgende bestemming waar ik hem zal proberen te drogen. En toch zal ik maar op de fiets stappen en maar hopen dat het weer opklaart. Ik trek mijn overschoenen, lange broek, en windjack aan en stap op de fiets. Gisteren, vrijdag 24 – 6 - 2002 om 10.00 in Saverne vertrokken (Een vriend had me naar het treinstation van Saverne gebracht met de auto) en tegen 20.00 was ik na 165km in Epinal. De hele dag tegen de wind in, door een bosrijke streek getrokken en deze streek was al vrij heuvelig. Mijn eerste vijf cols zitten er op, maar de zwaarste had een gradatie van 1,2 en de Mont Ventoux heeft een gradatie van 11,7! Hoe ik daar omhoog kom met mijn 15kg bepakking weet ik nog niet, maar voorlopig blijf ik maar doorgaan. Mijn rechter knie voelde ik de hele dag een beetje en vanmorgen heb ik hem ingesmeerd met RSL gelei. Overdag at ik de broodjes op die ik van mijn vrouw mee gekregen had en SS at ik een flink bord spaghetti in een restaurant waarna ik al snel (voor 22.00 uur) onder de wol dook want ik was moe (iets wat ik niet vaak ben).
2e dag zaterdag 25 – 5 Epinal – Is-sur-Tille 154 km
Zaterdags schijnt de zon (zegt mijn moeder altijd).De zwaarste tocht ter wereld??Maar een bui regen vandaag. Dergelijke gedachte gingen vandaag door mijn hoofd. Vanmorgen heb ik een uur of wat zitten wachten op beter weer maar ben uiteindelijk toch maar aangefietst. Reed meteen verkeerd, en na +- 10km fietsen en drie keer vragen stond ik een uurtje later weer voor mijn hotel. Toch maar doorgefietst en de goede weg gevonden. Maar die regen van vandaag, en die wind! Vandaag zou ik volgens mijn interpretatie van de kaart een makkie hebben. Er zaten geen cols en bijna geen côtes in deze etappe dacht ik. Toch nog het gevoel dat ik vijf maal de zevenheuvelenweg gefietst heb vandaag. Voor de middag heeft het gestortregend, en ik dacht “als ik er mee uitschei blijf ik de hele dag nat”, dus maar doorfietsen..Na 13.00uur werd het droger maar toen trok de wind aan en had ik weer een andere tegenstander. Tegen 17.00uur kwam ik aan in Marcilly- sur-Tille en na het eten ben ik nog wat gaan wandelen door het dorp aleer ik naar bed ging. Volgens mij kan ik me nu al voorstellen wat mijn grootste tegenstanders zullen zijn deze tocht.Ten 1e de cols, ten 2e De wind, ten 3e de regen, ten 4e de warmte, ten 5e de kou, ten 6e mijn bepakking, ten 7e de kilometers. Tegen het einde van mijn tocht van vandaag kreeg ik nog een flinke bui over me heen en ik kon nergens schuilen, want ik reed midden door de velden. Gisteren heb ik hoofdzakelijk door de bossen gefietst en vandaag door de velden. Prachtig, dat wel al die Franse dorpjes en landschappen. Alleen zonde dat als je in de regen fietst of met de wind aan het vechten bent, je er te weinig oog voor hebt. Het valt me op dat de grond in deze streek rood of leverkleur is en dat er verdomt veel bossen en wandelgebieden zijn. Nu we wat verder zijn (in de Marne streek) is het wat minder heuvelig, maar nog steeds geen meter vlak. Je kijkt uit over prachtige velden en er staan overal monumenten, zelfs nog uit de tijd van Napoleon denk ik. Ik twijfel aan mezelf of ik er goed aan gedaan heb om m’n spullen en tent zelf mee te nemen. Het is super zwaar fietsen en als ik hem (de tocht) in een keer uit fiets vind ik mezelf een kanjer.
3e dag zondag 26 – 5 Is-sur-Tille – Col de Brancion 163 km
Geslapen heb ik van zaterdag op zondag in MarcilIy-sur-Tille. In een hotel wat tegenover het treinstation van het dorpje lag en ben ik vrij snel naar bed gegaan nadat ik nog even wat had gegeten en contact had gehad met het thuis front. Dat contact had ik bewust maar een keer per dag en bijna altijd ‘s want dan kon ik meteen mijn slaapplaats doorgeven. Met die gsm van mij kan ik in Frankrijk wel gebeld worden (als er ontvangst is) maar zelf naar Holland bellen dat kan niet. Dus neem ik de gewone telefoon met een in Frankrijk gekochte telefoonkaart en bel naar huis als men mij vanuit Holland niet kan bereiken. Deze zondag heb ik een aardig stuk gefietst 163km + verkeerd gereden stukken. Ik reed drie keer verkeerd. Redelijk weer met aardig wat wind, wel rij ik nog steeds met trui of windjack aan, maar vandaag geen regen. Tegen de avond kwam ik op de col de Briancion en ik zag links boven een soort kasteel waar je slapen kon. Het was een mooi (duur) hotel en je kon er goed eten. Ik ben nog even een rondwandeling over de ruïnes wezen maken en heb het kerkje bewonderd dat je al van zover af zag staan op de top van de heuvel. Sprak met wat Duitse bezoekers en ging weer redelijk vroeg onder zeil.
4e dag maandag 27 – 5 Col de Braincion – Panissieres 139 km
Redelijk weer, ik mocht bij de gratie Gods om 8.00 uur eten want de waard stond eigenlijk nooit voor 8.30 uur te bedienen. Kreeg mijn stukjes stokbrood en een sloot koffie (dat heet hier een petit dejeuner oftewel een ontbijtje) en sprong vol verwachting op mijn fiets. Reed meteen de weg op die ik gisteren verlaten had en constateerde na 10km (nadat ik zo heerlijk had afgedaald) dat ik op de top niet links af had moeten draaien maar rechts! Dus rechtsomkeer en weer die top op om weer op de goede weg te komen, dat was balen! Maar er zat niets anders op dan dezelfde weg terug te fietsen en zo kwam ik toch weer op de goede weg en als het niet zo hard waaide zou ik er best nog wel eens van kunnen genieten. Vandaag heb ik 9 cols en 3 côtes voor de boeg. Stoppen doe ik +- om de 10km en soms wel om de 5, en toch gaat het vooruit. Als ik er erg in heb rek en strek ik zoveel mogelijk en het begint zachtjes aan een gewoonte te worden. Eten doe ik zo wat de hele dag. S’morgens koop ik meestal vier broodjes met choc en een gebakje, daarbij nog het nodige fruit en de div. soorten fris of sapjes voor in mijn bidons. Rond de middag een salade of een kop soep in een of ander restaurant, soms wat meer soms wat minder. Repen chocolade of i.d. verorber ik op de fiets en tussen 15.00 en 16.00uur drink ik meestal een of twee flesjes donker bier. Daarna fiets ik nog een km of 40 tot 60. Ik zit de hele dag op de fiets. M’n achterwerk begint wat kuren te vertonen en halverwege de rit moet ik al soms gaan verzitten om nog wat bloed door m’n gat te laten stromen. Na 140 km besloot ik ergens wat te gaan eten. Het eerste restaurant was gesloten en men verwees mij naar een ander een paar straten verderop. Ik fietste wat straatjes in en uit en kwam bij een restaurant waarvan de waard tegen mij zei dat het nog te vroeg was (+- 18.00uur). Maar de vrouw maakte toch een heerlijke salade met een groot stuk vlees en een lekker puddinkje na. Ik kon er weer tegen. Stapte op mijn fiets en reed de berg op die voor me lag. Wat een knoest, was deze berg maar 2,3 punten ik kon het niet geloven. Maar ja,… boven aangekomen zag ik dat het de verkeerde berg was, (De col du pin Bouchain) ik baalde als een stekker!!Zou ik nu weer terug moeten naar Tarare? Ik stond vol ongeloof een kwartiertje op mijn kaart te kijken, maar er was maar een mogelijkheid, “omdraaien’, verschrikkelijk. Na twee minuten door Tarare vond ik de goede weg en reed toch weer vol goede moed de berg op. Ook deze was drie kwartier lang klimmen. Ik rij tot nu toe met de 39-28 omhoog omdat ik de 30er wil sparen voor het hooggebergte. Tegen 21.30uur kwam ik in Panissieres aan waar volgens mijn kaart een hotel zou zijn. Het was er ook…. Maar gesloten dacht ik. Ik belde gewoon aan, de waard deed open, was erg vriendelijk en had een mooie kamer met bad!. Verder sliep er niemand in het hotel, maar dat zou mij een zorg wezen. Na een half uur lag ik gewassen en gestreken op mijn bedje en droomde van een mooie tocht.
5e dag Dinsdag 28 – 5 Panissieres – Brioude 153 km
Een heel behoorlijke dag vandaag. Vanmorgen goed ontbeten in dat mooie hotel in Panissieres en nu zit ik in een Vietnamees restaurant in Brioude wat te eten. 153km heb ik vandaag gereden plus natuurlijk de kilometers die ik verkeerd heb gereden maar die tellen we niet mee. Hoewel ik zo heel wat kilometers maak begin ik in mijn ritme te komen en als het weer niet slechter wordt ga ik er nog van genieten ook. Vanmorgen maar 7km verkeerd gereden (soms is de weg met Franse logica aangegeven en dat begrijp ik nog steeds niet). Het is de hele dag bewolkt geweest maar het heeft niet geregend. Dat mindere weer heeft ook zijn voordelen, Je hoeft geen zonnebril op, Je zweet niet zo, je hoeft je niet in te smeren met zonnebrand crème en ga zo maar door. Vanmorgen bij een bakker ergens heerlijke appelkoeken gekocht en tegen 14.00 uur op een bergrestaurant een lekkere salade met warme choc genuttigd. Nog ergens wat drinken gekocht, en zo heb ik hier en daar een broodnodige stop. Gisteren nog, zag ik wel 18 roofvogels tegelijk in de lucht en dat is een teken dat er ook veel klein gedierte is. Vandaag is weer een bergdag geweest evenals gisteren. Een bergdag is een dag die als je alle punten die de cols of côtes krijgen bij elkaar optelt en deze samen 7 of meer zijn op een dag. Zachtjesaan worden de bergen hoger en het zijn al vrij pittige klimmen van rond een uur of langer nu de bergen tot aan 1150m hoogte komen. Nu heb ik een klein arbeiders hotelletje waar ik op de 4e etage slaap en ik moet te voet naar boven, want er is geen lift. Op het begin van mijn reis spraken de mensen nog Duits in de Vogezen, maar hier spreekt bijna niemand een andere taal. Och ik kan met handen en voeten en een beetje Frans zeggen wat ik nodig heb, en ik verwacht dat ik in Lourdes en in de Pyreneeën wat meer mensen tegen kom waarmee ik Hollands, Duits of Engels kan praten. Vanavond maar weer vroeg naar bed dan zit ik morgen weer op tijd op de fiets.De prijzen van het eten zijn vergelijkbaar met Holland, maar ’n glas bier of kop koffie is steevast 2€ of meer. De hotels kosten tussen de 20 en 50€ per nacht voor een man alleen. De ontbijtjes zijn tussen de 5 en 7€. Ik let er maar niet al te veel op, hoewel ik de weg naar de bakker en het winkeltje voor drinken al lang heb gevonden. Vandaag was ik bijna gaan kamperen, maar bij temperaturen van 6 tot 15 graden is dat nog niet erg aangenaam. De was heb ik inmiddels weer gedaan want in mijn goedkope hotel was dit keer wėl de verwarming aan en kon e.e.a. mooi drogen.
6e dag woensdag 29 – 5 Brioude – Laroquebrou 157 km
Vanmorgen vroeg wakker, maar goed geslapen. Pakte mijn spullen in mijn vier fietstassen en een stuurtas, at mijn ontbijtje en verschoot daarna dat ik aan het afvallen ben. Ik merkte het aan mijn tanden (heb een gebitje met kiezen) en deze pasten niet meer zoals het moet. Dus besloot ik om mijn tanden niet meer uit te doen ‘s zodat ik ze dan ‘s ook niet meer hoefde te passen. Zag ook dat ik al aardige wallen onder mijn ogen begon te krijgen. Zo’n tocht vergt wat van de mens. Het ontbijt bestond weer uit wat stokbrood, een glaasje jus en een sloot koffie. Er zaten minstens tien arbeiders aan het ontbijt en er hingen er ook verschillende aan de bar. De barjuffrouw hanteerde de likeur, wijn, port of wat het al niet mag zijn fles met verve en schenkt vaak uit in glaasjes die niet groter zijn dan een ei. Ik stond er van te kijken wat sommige mensen innemen alvorens aan den arbeid te gaan. Maar niemand dronk op dit vroege uur bier en dronken mensen ben ik in heel Frankrijk niet tegen gekomen. De bergen van vandaag waren geen probleem, hoewel de beklimming van de Puy Marie toch een stevige is. De aanloop van deze berg (de col de Eylac) is glooiend maar de laatste twee km zijn behoorlijk steil. Het uitzicht beloont de moeite van het beklimmen dubbel en dwars. Je ziet van hier af de besneeuwde toppen van de Pyreneeën liggen. ’N Paar km na de top trof ik een Hollands stel van een jaar of dertig, dat al een maand door Frankrijk aan het fietsen was. Het was hartstikke leuk om weer eens Hollands te praten. Vandaag was de wind erg koud, maar als de zon door de wolken kwam was het toch goed om te hebben. De huizen lijken in deze streek soms wel op kastelen en de meeste zijn van buiten vrij slecht onderhouden. Nu zit ik op een park van de Franse PTT in een huisje in het plaatsje Laroquebrou. Ik dacht daar kan ik aardig mijn tent opzetten, maar ze begrepen mij daar verkeerd en ik kreeg een huisje. Wel een fijn onderkomen. De komende twee dagen heb ik vrijwel berg vrij en dan… begint het grote werk.
7e dag donderdag 30 – 5 Laroquebrou – Beauville 190 km
Het motregende toen ik tegen 8.00 aanfietste en ik vroeg me af of ik mijn lange broek en trainingsjas aan zou doen. Na 500m ging de broek alweer uit want na het stadje kwam meteen ’n behoorlijk klimmetje (Cote de brascouô). Na ‘n 25 km fietsen kocht ik bij ’n bakker wat broodjes en at deze op boven op een trap van een verlaten hotel en aanschouwde de gebeurtenissen op het dorpsplein. ’N Prachtig gezicht. De mensen die winkelden, en kaas en stokbrood gingen halen waren bijna allemaal mannen tussen 50 en 70 jaar. Waar zou de jeugd toch uithangen? Hier en al eerder trouwens (sinds de bergen tegen de 1500m lopen) hebben de koeien bellen om. In deze streek (de Dordogne) zie ik steeds meer Nederlanders en wordt het steeds toeristiser. Hier heb je nog mooie weides die je bij ons al lang niet meer ziet. Een hele wei, rood gekleurd van de bloeiende papavers de koren bloemen geven een prachtig contrast met hun felle kleuren. Daartussen groeit dan nog welig de zuring en de echte koekoeksbloem. Tot nu toe heb ik allen nog maar koeienboeren gezien en varkensstallen als bij ons nog geen een. De boeren laten hun kalfjes gewoon bij de koeien lopen en vaak zie je een hele wei koeien met in hun midden een stier, en zo hoort het! Tegen elf uur was ik in het Franse Valkenburg “Rocamadour” kocht er een kop koffie met gebak en aanschouwde wat alle toeristen doen, het vooraanzicht van het toeristische stadje. Sprong weer op de fiets en vervolgde mijn weg op deze mooie dag, weinig wind en ’n temperatuurtje van rond de 25 graden. Prachtige afdaling daar na het stadje Rocamadour. Vandaag fietste ik gewoon lekker en er schoven minstens 190 km onder mijn wielen door. “N mooie dag en ik begin echt van de tocht te genieten. Op het laatst van de dag dacht ik er in Rocquecor een camping was (omdat er op mijn kaart een c van Camping stond, maar ik hoorde pas toen ik de tocht uitgereden had dat die c voor B&B stond) en ik reed het dorpje in wat boven op een flinke heuvel lag. Kocht in het enige café wat het dorp rijk was een halve liter bier en vroeg waar de camping was. Naar beneden en 3 km verder een zelfde beklimming omhoog en dan achter in het dorp heeft een Hollander een camping. Dat was even slikken. Shit, nogmaals zo’n bult omhoog. Toch maar gedaan en tegen 8.30 kwam ik op de camping in Beauville, alwaar een aardige Rotterdammer nog effe 2 frikadellen en ’n portie frites voor mij klaar maakte alvorens ik mijn tentje opzette en mezelf te rustte legde.
8e dag vrijdag 31 – 5 Beauville – Pau 197 km
De eerste keer op een Camping overnacht. Had mijn tent vlakbij het wasgebouwtje gezet, zodat ik mijn spullen s’morgens gemakkelijker kon inpakken. Er stond nog een stel meer op de camping, maar die heb ik niet gesproken. Om 7.00 uur zat ik al op de fiets. Dat is het voordeel van een camping, je kunt zo vroeg vertrekken als je wilt. Maar het was nog wel wat koud om te kamperen. Al vroeg reed ik mijn eerste berg met een uitroepteken ( dat betekend dat hij erg steil is) omhoog en vond dat die twee dorpjes die ik gisteren avond omhoog ben gefietst nog erger waren dan deze cote de Puymirol! .In Terraube at en dronk ik wat op een terras dat gesloten was en smeerde me voor de eerste maal deze tocht in met zonnebrand crème. De dag gedroeg zich zoals het moet en tussen 15.00 en 16.00 ging ik ergens op een terras 2 glazen donker bier zitten drinken in de zon terwijl de Fransen zich vergaapten aan een wedstrijd van het WK voetbal. Kocht in een winkeltje wat eten en zo en fietste verkwikt en helder weer verder richting Pau (maar dat wist ik toen nog niet). Tegen 17.00 uur braken mijn zadel schroeven af en heb ik ’n km of 10 door het heuvelachtige gebied zonder zadel moeten fietsen, aleer ik een timmerman vond die in zijn schuurtje nog wel twee boutjes had liggen om het ding professorisch te maken. Het is nog wel niet alles maar in Lourdes op mijn rustdag probeer ik het goed te maken (als ik het haal want ik moet eerst nog twee zware bergen over). Tegen 22.00 kwam ik in Pau aan (een grote mooie stad) en ik wist dat er een jeugdherberg moest zijn. Dat valt niet mee om s'avonds als het al donker is eerst je vertaal boekje te zoeken, dan de weg te vragen naar iets wat je niet uit kunt leggen en ga zo maar door. Dus gauw toch maar een hotel gezocht en tegen 23.00 ging ik gewassen slapen (had overdag genoeg gegeten).
9e dag zaterdag 1 – 6 Pau – Lourdes 132 km
Stond vanmorgen op, waste mezelf en ging naar mijn petit dejeuner. Toen ik weer op mijn kamer wilde paste de sleutel niet in het slot. Ik naar beneden en vroeg aan de waard of hij me even kon helpen. De man ging met veel pijn en moeite mee omhoog en opende kamer 6 moeiteloos. Ja maar goede man opperde ik, daar heb ik niet geslapen. Ik heb op kamer 9 geslapen, want die deur stond gisterenavond open en daar ben ik naar binnen gegaan. Toen ik moest afrekenen merkte ik dat je als eenzame reiziger geen poot hebt om op te staan in conflicten en moest netjes 5€ meer afrekenen dan ik s'avonds had afgesproken. Ik vertrok balend uit het hotel en vervloekte de stad, reed trouwens ook weer de gebruikelijke kilometers verkeerd aleer ik de stad uit was, en vond een fietsenmaker die voor 3€ mijn zadel correct maakte, mijn banden oppompte en mijn ketting smeerde. Nu ging het alweer wat beter met me. Als je maar alleen bent en je maakt een nare ervaring mee dan draag je dat vaak veel langer mee dan dat je er met iemand over kunt praten. Maar in mijn geval was de aardige fietsenmaker het breekpunt geweest en toen ik weer op mijn fietsje zat begon ik er weer schik in te krijgen. Nu stond de col Marie Blanque! Op het menu. Ik reed hem in de volle zon omhoog en stierf 1000 doden, de weg was zo grof en dat is bijzonder slecht voor mijn achterste, maar ik kwam boven. De pijn was gauw geleden en omlaag is altijd prettig (dacht ik toen nog… want ik wist niet wat ik mee ging maken) ’n km of wat verder wilde ik wat gaan eten in een restaurant, maar dat viel tegen. De ober vertelde me net het laatste uitgeserveerd te hebben en ik kon alleen wat drinken. Een glas donker bier dan maar, dat bekomt me altijd goed. Nog een Citron presse voor in mijn bidon en nu omhoog. De col de Aubisque is een hele jongen en ik stopte 4km voor de top omdat mijn drinken op was en die citron presse was veel te sterk. Ik dacht dit is niet goed voor mijn lever. Dronk op een terras in Gourrettes ’n glas limonade en sprak met een Amsterdammer die nog al veel bepakking bij had om een berg omhoog te fietsen. Hij zat te wachten tot de winkels open gingen, want het drinken in de bars of restaurants was veel te duur om in je bidon te doen. Dat vind ik ook, maar omdat ik niet wilde wachten tot 16.00uur vulde ik wel mijn bidons met limonade uit het restaurant en reed de laatste vier steile kilometers omhoog. Tussen de twee cols (Aubisque/Soulor) is het geweldig mooi. De pas was afgesloten voor auto’s omdat er ergens een groot gat in de weg zat wat ze aan het maken waren. Zo daalde ik langzaam af naar Lourdes (het was nog verder dan ik dacht). Lourdes ligt wel niet op mijn route, maar ik vind als je daar in de buurt bent kun je er bijna niet omheen om daar even een kijkje gaan te nemen. Kon weer geen jeugdherberg vinden, maar net toen ik begon te balen vond ik een fijn hotel midden in de stad. Als je vlug jezelf wast kun je nog mee eten zei de vrouw aan de balie. De rest v/d gasten waren al aan hun hoofdmaaltijd toen ik binnen kwam, maar ik werd netjes en snel bediend, en rond 21.00 stond ik op het grote plein om de lichtprocessie gade te slaan. Echt indrukwekkend zo’n grote stoet gelovigen. De openluchtmis werd in 4 of 5 talen opgedragen en het lied Salve-Salve- Salve-Maria zal me nog lang blijven heugen. Op mijn privé terras van 7x10m dronk ik nog een paar blikjes bier aleer ik tegen 23.30 naar bed verhuisde. Toch niet slecht 38€ voor een hotelkamer, ontbijt en avondeten vond ik, en besloot om hier dan ook maar 2 nachtjes te blijven.
10e dag zondag 2 – 7 Lourdes (rustdag)
Alhoewel het mijn rustdag is ben ik vroeg opgestaan 6.30uur. Heb eerst de gehele was gedaan in de wasbak en de douchebak van mijn kamer, het zooitje opgehangen aan een waslijn op het terras en heb een dubbel ontbijt genuttigd. Mijn papierwerk gedaan (uitzoeken v/d route, schrijven van het dagboek e.d.) De rest v/d dag vulde ik met een bezoekje aan een mooi historisch museum boven in het kasteel, fiets een beetje nagekeken en gesmeerd, in de stad een paar pilsjes gedronken enz. Stak nog wel drie kaarsjes op voor wat bijzondere penitenties die ik nog had, en bleef verder de dag goed uit de zon, want het was minstens 35 graden. Een perfecte dag voor een rustdag. De komende twee dagen worden nog zwaar, maar als ik die doorkom denk ik de Alpen wel te halen. Als ik een berg als de Tourmalet niet in een keer boven kom, dan doe ik hem toch zeker in twee of drie keer denk ik nu. Mijn kont begint aardig wat bultjes te vertonen, en ik ben benieuwd of hij het uithoudt zonder steenpuisten. Wassen doe ik hem elke avond goed en ook mijn spieren van mijn benen was ik flink met water en zeep wat tevens een goede massage is denk ik. Verder smeer ik elke morgen SRL zalf op mijn knieën, dit doe ik om pijn in de aanhechtingen te voorkomen. Ook gebruik ik elke dag een tabletje van de ontstekingsremmer “Viroxx”. Nog net voordat ik naar bed ging sprak ik nog even met een jonge Engelse priester, en vertelde hem wat ik aan het doen was. Hij vertelde mij dat hij voor mij zou bidden dat ik het zou halen. Je moet volhouden zij hij want er tellen zoveel mensen op je. En misschien is dat ook wel zo. Het geeft me in ieder geval wat extra moed en of energie.
11e dag maandag 3 – 6 Lourdes – St. Lary 160 km.
De dag begon met een fiks onweer. Het was te verwachten na een paar dagen die zo warm en broeierig geweest waren. Slecht had ik geslapen. Het lag niet aan het bed of het hotel of zo, misschien waren het de indrukken die ik de laatste week opgedaan had of zo, ik weet het niet. Zat om 8.15 op mijn fiets en voordat ik weer op mijn oude route zat had ik er toch al weer 15 tot 20km opzitten. Ik reed over de drukke N21 want de rustige D13 kon ik niet gevonden krijgen en ze leiden allebei naar de voet van de Tourmalet. Zwaar bewolkt (maar droog). Gelukkig maar. Hier stond een bord met daarop aangegeven nog 18km 8%, en bij elke km verder stond weer een dergelijk bord. (trouwens bij de Aspin en de Peyresourde ook). Nadat ik wat proviand gekocht had begon ik met frisse tred aan de beproeving van de Tourmalet. Het weer was maar zozo. Prachtige ravijnen reed ik door en ik ging vaak aan de rand v/d weg rijden om te genieten van de uitzichten. Na enkele kilometers fietste ik al enkele andere toerfietsers voorbij, en dat doet een mens goed als je vol bepakt fietsers voorbij doet die op een rondfiets zitten. Hij was zwaar, en elke km kijk je ( ook al weet je het) hoever het nog is en hoeveel % deze km is. Halverwege reed ik door de mist en de laatste 5km in de volle zon. Niets jaloers ben ik op de mensen die deze col in de volle zon beklimmen. Net voordat ik boven aankwam, kwam een Hollands stel me met de auto voorbij gereden en ik vroeg hen een fotootje van mij te maken als ik boven zou komen. Zo’n wegwerpcamera zijn mooie dingen maar niet geschikt om close-up foto’s van 12m afstand te maken van een fietser op een bergtop. De laatste paar kilometers waren loodzwaar en tegen de 10%. Op de top aangekomen stempelde ik, kocht een paar kaarten en daalde vrij snel af. Nu was de Col d' Aspin aan de beurt. Met het beetje drinken wat ik nog had begon ik aan dit bergje, welke vrij traag begint maar de laatste vijf km gaat hij naar 8%. Boven op de laatste km staat hij bezaait van de prachtige bloemen ( een soort Oostenrijkse schubkamille). Op de top aangekomen praatte ik wat met Hollandse mensen, die in de buurt op de camping stonden en de weg binnendoor naar Spanje aan het verkennen waren. Ik kreeg het drinken wat deze mensen voor de hond meegebracht hadden en vulde er mijn beide bidons mee. (goed bergwater hoor). Daalde af en dacht: Ik eet zo wat in een dorpje en koop wat drinken. Reed door dorpjes en zag overal uithangborden maar nergens was ook maar iets open en de restaurants of bars waren vaak gesloten of te koop. In Borderes was men een klein restaurant aan het verbouwen en de waard zei tegen me: ga maar achter buiten onder de boom zitten, dan maak ik een salade voor je. Kreeg er een glas bier bij voor 8€. Een eenvoudige maaltijd, maar ik kon er weer even tegen. Nu de Col de Peyresourde 4,8P met een half gevulde bidon omhoog, want ik was vergeten hem te vullen in het restaurant. Weer een flinke klim en ik verdeelde mijn water, verbeet de kleine pijntjes (mijn aanhechtingen van de spieren op de knieën en de dijbenen) die inmiddels groot aan het worden waren (wat mijn gat betreft). Als de berg maar steil zat is voel je die pijntjes niet meer dacht ik, en zo was het ook. Dorst had ik, echt dorst toen ik boven aankwam. Wat ik niet verwacht had, maar wel gehoopt gebeurde hier. Er stond een klein leuk restaurantje annex bar/café op de top. Het was nog open ook. De eigenaar schonk me wat te drinken in en bakte aardig wat flensjes voor me die bijzonder lekker waren. Ik genoot van dit knusse onderkomen en de gezellige waard zorgde ervoor dat ik weer goed op krachten kwam. Of het restaurant altijd open is, is maar de vraag maar ik had geluk. De zon scheen op de top maar in het dal zag je de mist nog hangen, dus ik trok mijn lange broek en jas maar weer aan om aan de afdaling te beginnen. Trouwens, ik heb met mezelf afgesproken als een berg meer dan 1p heeft doe ik mijn helm op in de afdaling. Inmiddels was ik aan de planning v/d dag en al wat ik nog fietste was mooi meegenomen, maar het hoefde niet meer. Een heel eind verder bij het treinstation van Bagneres-de-Luchon stond een man van rond de 45 jaar te boelen met zichzelf. Hij sprak me aan en begon een verhaal op te hangen van fietshelmen die met water gevuld waren en die veel beter zouden zijn dan de normale helmen. Ik dacht: man lazer op. Ging binnen mijn stempel halen en moest minstens een kwartier wachten want een man moest het halve treinboekje uitgelegd hebben (zo gaat dat in Frankrijk, piano-piano). Nou wou ik ergens wat te eten of te drinken halen. Terug naar de stad (het treinstation ligt er net buiten) is verneukeratief, dat doe ik niet gemakkelijk. Dus maar weer door. ’N camping…. daar was het nog te vroeg voor. Zo kwam ik door een streek gereden waar veel massief was, dat wil zeggen waar veel bergen zijn van massiefgesteente. In Cierp-Gaud was een klein winkeltje, ik kocht er wat drinken en een paar desserts die ik meteen opat. Waarom niet aan de Col de Mente 7,2p begonnen dacht ik, het is pas 18.30uur. Boven op de berg is volgens mijn kaart een hotel, en waar een hotel is kun je ook eten redeneerde ik. Een groots plan! Zo kwam ik door st. Beat, een mooie plaats langs een zijtak van de rivier La Garonne, sloeg links af en begon bij de oude steengroeve v/h plaatsje aan de berg die zijn naam zo met de mijne verbonden heeft. Ergens zit er een fout in mijn beschrijving, maar ik weet niet meer waar. Ik had de indruk dat de berghelling 20km lang zou zijn, maar dat kon niet want hij begon zo steil +-10% en volgens mij is hij zo’n 12km lang.Tegen 20.00uur kwam ik op de top. Bijna de gehele helling had ik door de stijve mist omhoog gereden maar op 1km vanaf de top kwam er de zon weer door, een mooi gezicht. Op de top waren twee prachtige onderkomens voor groepen en zo, maar nu was er niks open. Daar stond ik, door iedereen verlaten (maar niet door God want de priester in Lourdes zou voor me bidden, en zo voelde dat ook). De tuinstoelen en tafels blijven op dergelijke terrassen gewoon buiten staan want na 18.00 komt er op dergelijke toppen toch geen hond meer. Over honden gesproken, boven op deze berg was een station gevestigd voor slede honden van een of andere Noorse of Deense organisatie. Het leek erop dat de honden hier getraind werden voor Poolmissies of zo. Hier kon ik gemakkelijk mijn tentje opzetten en dan zonder iets gegeten te hebben gaan zitten wachten op de regen die gegarandeerd zou komen. Doorfietsen en kijken of er na de Col de Portet-dÁspet! 3,8p ergens een hotelletje was, was een alternatief. Weer trok ik mijn jas en broek aan, zette mijn helm op en liet me werkelijk in het duister vallen. De mist was hier zo stijf en ik zag dan ook maar 25m voor me uit te kijken. Veel losgelagen steentjes en brokken lagen hier op de weg, en van de natuur zag ik natuurlijk helemaal niets in deze Prachtige? omgeving van alleen maar bossen. Zo kwam ik toch aan de voet van de Aspet. Ik had eerder deze dag mijn spieren in mijn dijbeen gevoeld en nu vreesde ik dat het nog wel een graadje erger zou worden nu ik deze berg na +- 175km (incl. extra km) nog moest beklimmen. Zette mijn achterlicht aan en begon aan de 4,5km omhoog. Je zag werkelijk geen hand voor ogen zo mistig was het en het liep al tegen 21.00uur. Er was ook hier een restaurant maar ook weer niet open. Overdag is het op de toppen vaak gezellig druk maar na 18.00 moet je maar zien. Weer hetzelfde ritueel alleen nu deed ik er mijn trui nog bij aan tegen de kou want het was inmiddels gaan regenen. Met mijn knipperend voorlicht in mijn mond daalde ik af op zoek naar een onderkomen. Na 5km werd het weer ineens licht (ik was uit de wolk gereden). Het was inmiddels 21.30 geworden en ik was aan een wasbeurt toe. Weer voelde ik hoe mijn gat me irriteerde, maar reed door naar een dorp waar volgens mijn kaart een hotel zou zijn. Ja hoor een hotel. Het licht was er aan maar niemand maakte open toen ik aanklopte. Dat was balen… Toch maar weer door dan. Enkele honderden meters verder was een vrouw de luiken dicht aan het maken, en ik vroeg haar of ik hier niet ergens kon slapen en het wonder geschiede. Ja hoor antwoordde ze ik dit is een B&B en hier kan je slapen. Ik kreeg een prachtige kamer met bad. De vrouw maakte nog wat soep voor me en een lekkere uitsmijter. Tegen 23.00uur lag ik te slapen alsof ik in mijn eigen bed lag.
12e dag dinsdag 4 – 6 St. Lary – Massa 91 km
Het regende dat het goot vanmorgen om 5 uur toen ik wakker werd om gaan te plassen, dan maar weer naar bed dacht ik. De wekker stond op 6.45 dus ik kon nog wel een uurtje slapen dacht ik. Om 9.30 werd ik weer wakker, gewoon door de wekker heen geslapen. Het gaf niets want het regende nog steeds. Zomaar een kamertje ergens in een dorp (st. Lary) waar al kilometers van tevoren aangegeven staat daar en daar is een hotel, kom je er dan sávonds tegen 22.00 aan, goed nat en total-los, dan doen ze net of ze niet thuis zijn en houden de deuren op slot. Op die enen natte verwaaide klant zitten ze daar ook niet te wachten zo vroeg in het seizoen. Mijn ontbijt was goed en de moeder van mijn gastvrouw +- 75 jaar verzorgde mij goed. Nadat ik mijn memoires geschreven had en nog een kop koffie extra had gedronken en zo stopte tegen 12.30uur de regen en stapte ik op mijn fiets om nog wat km te gaan maken. Drie Cols (Col de la Core 6.0, Col de la Trape 3.0, en de Col de Agnes 6.5) stonden vandaag op het programma. Flinke cols alle drie maar ik kwam ze allemaal boven en om 19.10uur stond ik op de Agnes. Zag werkelijk geen 50m in de rondte te kijken, dus daalde ik maar snel af richting Massat. Levensgevaarlijk zo’n afdaling in de regen en mist. Het had op het begin wat gemiezerd maar was verder op de middag weer gewoon gaan regenen en ik dacht: gewoon door fietsen jonge, je bent nu toch al nat. Had me net over de top nog in een restaurant laten vertellen dat er in Massat een goed hotel was dat “de drie heren” heet. Ik zocht het hotel maar had pech. De drie heren was het hele jaar open maar net vandaag en morgen gesloten wegens een grote schilderbeurt. Vroeg aan dorpsbewoners of er niets anders was om te overnachten in dit weer, maar ze stuurde me allemaal naar de drie heren. Ik was bijna teneinde raad toen ik een soort bejaarden/verzorgingshuis zag, hartstikke modern. Ik dacht ik ga daar vragen om te overnachten, die hebben misschien nog wel een kamertje over. Een aardige vrouw bij de balie (die een beetje Engels sprak) stond me te woord. Ze zie dat een dorp verderop nog een hotel moest zijn. Maar ik gaf haar te kennen niet nog een keer naar een bestemming te rijden in dit hondenweer als je kans hebt dat het ding gesloten is. Ik deed erg moeilijk tegen haar, dat wel. Op een gegeven moment zei ze: ga hier maar zitten en wacht maar eens. Zij aan het bellen. Na 10 minuten stopt er een oud Frans autootje en er stapt een man uit met een onverzorgde baard, die mij gebood om mee te komen. Ik dacht: als dat vrouwtje dat geregeld heeft zit het wel goed. Dus mijn fiets en tassen achter in het wagentje geladen en we scheurde de berg op. De ramen van het ding waren allemaal aangeslagen en ik rook dat de kerel al alcohol op had. Ik dacht nog waar zou ik nu weer terechtkomen, toen we afdraaiden ergens bijna boven op een berg bij een mooi landhuis. De man liet mij een keurig nette kamer zien en vroeg of ik wat wilde eten. Nou dat wou ik wel. Hij zei: was jezelf maar eerst en zorg dat je over een half uur in de woonkamer bent. Het was een B&B en er was nog een Frans echtpaar wat aardig Engels sprak. Toen we aan tafel gingen (de man had zichzelf netjes omgekleed en een had een lekkere ovenschotel gemaakt) kwam de vrouw van het bejaardenhuis binnen. Het was haar man geweest die me kwam ophalen en ze runde samen een B&B naast hun gewone werk. Wat een geluk had ik om met dit weer nog zo’n goed onderkomen te vinden.
13e dag woensdag 5 – 6 Massat – Carcassonne 139 km
Vandaag stond de steilste helling van de hele tocht op het programma. Het was een moment droog geweest toen ik het waagde om aan te fietsen bij die leuke mensen in dat B&B boven in de heuvels. Daalde weer af naar Massat en beklom de Col de Caougnous +- 6km klimwerk, richting COL DE PEGUERE !! Op de col de Caougnous was het links af, waar ik een foto maakte van het bord waarop stond hoe lang en hoe stijl deze berg was. Meteen begon de Peguere in al zijn hevigheid. De eerste 2km waren +- 18% en ik moest alle zeilen bij zetten om niet van mijn fiets te vallen. Daarna nog 2km vrij steil, maar ik beklom het “ding” in één keer in de stromende regen en was toen ik boven kwam zeer voldaan van mezelf. Goed gedaan jochie zei ik tegen mezelf terwijl ik gauw een foto maakte. Deed gauw mijn afdalingskleren aan in het hutje wat op de top stond en daalde af. Op 2 – 3km na de top zag ik een restaurantje en ik ging binnen. Deed mijn natte jas en schoenen op de mat uit en vroeg of de juffrouw een kop warme chocolademelk voor me wou maken. Ik stikte van de kou en dronk twee kopen choc. Achter elkaar leeg maar eerst warmde ik me aan ze. Een prachtig knus restaurantje maar geen enkele andere gast. Ging naar buiten om mijn handschoenen en trui uit mijn fietstassen te pakken en eer ik ze gevonden had regende ik weer nat natuurlijk. Je kunt in zo’n restaurant niet de hele dag blijven zitten, dus maar weer verder met de afdaling. Levensgevaarlijk met dat slechte weer. Tot in foix hield ik alles aan en pas weer op een klim deed ik mijn handschoenen uit en helm weer af. Het bleef maar regenen. In Le Peyrat belde ik even met mijn vrouwtje, deed wat boodschappen bij de PTT (stuurde wat dingen naar huis die ik niet (meer) nodig had enz). Buurtte wat met een oude Fransman die goed Engels sprak omdat hij dat in de oorlog van de Amerikanen geleerd had. In Chalabre viste ik weer net achter het net in een restaurant want het was net 14.00uur geweest. Een hele bus vol toeristen zat in een zaaltje langs de bar te lunchen maar Jos kreeg niks (shit). Dan maar een Pelfort (donker bier) dacht ik. Als je alleen bent en je spreekt de taal niet moet je bijna alles accepteren en ondergaan wat de mensen willen. Dronk nog een biertje en nog een, want Ierland speelde tegen Duitsland en het regende nog steeds pijpenstelen. Carcassonne was vandaag mijn doel (hier moest een zeer goede jeugdherberg zijn) en toen ik op de fiets stapte besloot ik om er in een keer naar toe te fietsen +-70km. Tjonge-tjonge wat was ik nat toen ik er aankwam en heb menig automobilist zien denken ”tobber”. Maar zo voelde ik dat niet. Het was wel koud en nat maar er vlogen geen vliegen in mijn ogen ik hoefde niet bang te zijn voor een zonnesteek, hoefde bijna mijn dorst niet te lessen en het was vrij rustig op de weg (zo probeer je jezelf moed in te praten). In Carassonne aangekomen vond ik na 5 tot 6 keer vragen al de jeugdherberg.(fabriek). Mooi gelegen in het oudste gedeelte van de stad boven op een heuvel. Ik schreef me in, ging ergens wat eten, gelegenheden genoeg hier. At in een gezellig druk restaurant met live muziek, Hartstikke goed! Dat mis ik in de meeste plaatsen in Frankrijk “muziek”. Het alleen zijn valt me helemaal niet zwaar, maar dat ik zo weinig muziek hoor daar pak ik toch wel wat op mis. Dronk in de bar van de Jeugdherberg nog wat biertjes, buurtte wat met deze en gene en ging op tijd naar bed. De hele dag heb ik door mooie valleien gefietst en in deze streek word veel wijn gemaakt, Je hebt hier wijnfabrieken zoals je bij ons vroeger melkfabrieken had. De bergen zijn zo mooi, de geur, het geluid, de uitzichten, maar ook de tekeningen van de hellingen. Dan weer van massief gesteente, dan werfkeien met zand er tussen. Ze zijn soms zo prachtig van tekening, hier kan volgens mij geen kunstenaar tegenop!
14e dag donderdag 6 – 6 Carcassonne – St. Pons 65 km
Goed geslapen in de jeugdherberg, maar om 6.45 kon ik niet meer slapen. Het had de hele nacht geregend. Om 7.00uur kon ik mijn ontbijtje nuttigen, daarna drentelde ik maar wat rond, ik wist het niet, wat moest ik doen met dit weer? In de herberg blijven en wachten op goed weer? Aanfietsen en als een natte kat ergens aankomen? Ik wist het niet. Belde naar huis, en daar wisten ze het ook niet, in Holland scheen de zon. Nadat ik mijn versleten remblokjes vervangen had besloot ik, toen het een moment droog was om aan te fietsen. Ik hoopte heimelijk dat het niet te veel zou regenen vandaag. Tegen 9.00uur was ik na de gebruikelijke meters omfietsen om de stad uit te komen weer op route. Het regende inmiddels alweer en ik besloot om mijn trui ergens uit mijn bagage te vissen. Schuilde onder een brug, waar ik r.a. het sluisje over moest en dan e.w.r.a. de D118 op. Toen ik onder de brug stond waaide ik er bijna onder vandaan. Vlug kleedde ik me weer aan en hervatte mijn reis. Toen ik door het dorp Caunes-Minervois reed, fietste ik rechtdoor want zo liep de kromming v/d weg, en net tevoren stond nog Citou rechtdoor aangegeven. FOUT! Ik had linksaf moeten draaien. Er stond een bordje (achteraf gezien). Maar als het zo regent en je pet zit over je oren en je probeert de regen uit je ogen te houden of er komt weer eens een wagen voorbij die je een flinke natte douche bezorgt, dan is het niks gek dat je een bordje zo groot als een sigarenkistje aan de andere kant van de weg over het hoofd ziet. Wel kut! Na 3 ½ km dalen zie je dat je op de 115 zit en niet op de D620. Het enige wat je kunt doen is omdraaien. Nou heeft alleen reizen zo z’n voor en z’n nadeel. Je kunt niemand anders de schuld geven als je verkeerd fietst. Je kunt in zo’n geval ook tegen niemand je ei kwijt, tobber! Je begint tegen jezelf te mopperen in zo’n geval: Jij met je afwijkingen. Je kunt nog geen km rechtdoor fietsen zonder de weg te vragen en zo mopper je maar wat in je eigen. Toen ik weer op koers was zette ik mijn teller weer zo dat hij niet telde totdat ik weer op de kilometrage zat van mijn kaart, en zo correspondeerde mijn teller weer met de kmters op mijn kaart. Ik probeerde mezelf moed in te praten ( geniet, enyoy enz..) maar dat lukte toch maar gedeeltelijk vandaag. Het was er inmiddels uitgescheden met zachtjes regenen en het viel er met bakken uit. Deze morgen had ik al wat af gemopperd. De auto’s in Frankrijk proberen zo dicht mogelijk langs je, en zo hard mogelijk voorbij te rijden. Dan snijden ze je nog vaak de pas af alsof ze willen zeggen: aan de kant met dat fietsje ‘mafketel’. De meeste automobilisten begrijpen niet dat jij (vooral als het regent) de gaten en steentjes probeert te omzeilen. De vrachtwagens waaien dan ook nog een zo veel wind en nattigheid mee, zodat je het gevoel hebt dat je bij elke passage gedoucht wordt. Bij tegenliggende vrachtwagens is het nog veel erger. Als je eindelijk op een stuk vals plat de goede versnelling te pakken hebt en er komt zo’n grote jongen aan dan ben je weer meteen uit je ritme en moet je blij zijn als je je pet nog op hebt. Maar desondanks alles is het stuk tussen Caunes-Minervous en Citou een prachtig gedeelte van mijn route. Het is een grote prachtige valei met nog ’n oude Romeinse weg. Er liggen nog verschillende bruggen (langs de nieuwe rustige weg) van rond de 1000 jaar oud. Het wegdek op de nieuwe weg is net een fijne grindweg en dat is nog eens slecht voor je kont. Nu is dat niet zo heel erg als het wat regent (alweer een voordeel van regenachtig weer) Maar als je kilometers aan het maken bent of een grote beklimming aan het maken bent kun je je lol wel op. In Citou aangekomen ging ik verder met de beklimming van de Col de Salettes 2,5p ’n flinke klim van 18km en 3 tot 4%. Op de hellingen van deze klim waar ik weer niemand tegen kwam waaide ik van de ene naar de andere kant, en het regende!!! Ik was zo nat. Zo nat was ik in Frankrijk nog nooit en ik hoopte dat ik zo aan de top zou zijn. Boven aangekomen… niks.. geen bar-restaurant-hotel of schuilhutje, niks. Helm op, handschoenen aan en naar beneden. Het eerste het beste hotel zou goed genoeg zijn om de dag verder door te brengen, mezelf te warmen, mijn nattigheid te drogen en te overnachten. Nu had ik het gevoel dat het onverantwoord was om door te fietsen dus ik moest PASSEN, mijn veiligheid en gezondheid moest voorop staan. Maar zover was het nog niet. Mijn remmen deden gek, en ik moest ze op de hellingen in de stromende regen proberen te repareren, wat natuurlijk maar half lukte. Ik kon niet harden dan 25km/p uur naar beneden en ik stierf van de kou!! Ik was door en door koud. In mijn route beschrijving stond dat er in St.Pons een hotel zou zijn en dat was vanaf de top nog 28km. Ik had het gevoel dat ik het zou besterven, 28km dalen met dit weer, maar ik kon niet anders, dus probeerde ik de moed erin te houden. Zong wat (niet van harte) en zei tegen mezelf enjoy-enjoy enz. Zo kwam ik tegen 13.30uur door en door nat en door en door koud bij een eenvoudig arbeiders/chauffeurs hotelletje aan. De mensen die er binnen zaten keken me net aan??? Of ik van een andere planeet kwam en zo voelde ik me ook. Het was het enige moment in de tocht dat ik spijt had (achteraf) dat ik geen foto had genomen. Als je met al je kleren aan in de kanaal springt ben je bijna net zo nat als toen ik op de stoep van dat hotelletje stond. Ik kreeg een klein kamertje met een pis douchje voor 35€ en kon noch net wat warms eten voordat de middagkeuken dicht ging. Warmde mezelf op door zo lang mogelijk onder de douche te staan en kroop een uurtje in bed. ALLES WAT NAT. Kocht in het dorpje drie paar dikke sokken en trok er twee paar meteen aan om mijn voeten een beetje op temperatuur te krijgen. Bij de gratie Gods mocht ik mijn kleren op de open zolder van het hotel hangen en ik hoop dat ze morgen droog zijn (maar ik twijfel). Nergens is hier een verwarming aan. Maar wie houdt er nu rekening mee dat het half juni aan de Mediterrane minder dan 10 graden warm is en dat het bijna de hele week regent. Vaak maak ik wat aantekeningen of notities terwijl ik een glas bier drink in een hoekje van de bar of café, ook nu.
Het Café in Frankrijk
De waard heeft half lang haar en een grote hangsnor. Hij straalt de gemoedelijkheid uit van ‘geen probleem’. Hij is niet de properheid zelve maar dat is ‘geen probleem’. Het lijkt hier een beetje op het lied “adieu café” (Ik weet waar een café is, biljart en geen wc. is, waar opa onverschrokken z’n nieren af komt stoffen enz..) Die Franse lopen te pas en te onpas binnen, maar toch weer anders dan de Schotten of de Ieren dat doen. Ze drinken van alles, en maar zelden of nooit heb ik er een echt dronken gezien, dat was in Ierland wel anders.Ze leuteren wat aan de bar, begroeten elkaar uitbundig met minstens een hand, maar vaak ook nog met twee of drie nep kussen. Jong en oud wandelt hier binnen. Ikzelf voel me af en toe een soortement Simon Carmichel die in een hoekje van het café de zaak zit te waarnemen, noteert en geniet van de kleine dingen in het sociale leven van de mensen die hier binnen komen, zonder echt contact met deze mensen te hebben (ik spreek geen woord Frans). Meestal kijk ik wat, drink ik wat, schrijf ik wat en hou me op de achtergrond. Ik moet wel haast, mijn taal is niet goed genoeg en mijn huidige reis leent zich er niet voor om veel contact met de mensen te maken. Het is goed zo.
15e dag vrijdag 7 - 6 St. Pons – L’Esperou 187 km
De dag begon al vroeg in het kleine hotel in St. Pons. Je kon al vanaf 5.00uur je ontbijt nuttigen, met het gevolg dat ik al voor 7.00uur op de fiets zat. Eerst had ik mijn was van de zolder gehaald en alles natuurlijk zo goed mogelijk verpakt in plastic vuilniszakken en daarna in mijn fietstassen. Reed het stadje uit en zat al na 500m op de flanken van de Col de Cabaretou 4,2p. Hier waaide tot twee keer toe de muts van mijn hoofd (en wat ik toen nog niet wist, weet ik nu wel: de mistral was begonnen). Boven aangekomen reed ik de berg weer af, maar 500m verder zag ik dat ik te ver was gereden en terug moest, ik waaide weer gewoon de berg op +- 4 %. Nam de goede afslag op de top en reed naar beneden. In het dorp Fraisse was een hotel/restaurant waar ik de eerste klant was en ik kocht er twee koppen warme chocolademelk terwijl ik mijn voeten een beetje op temperatuur probeerde te krijgen. Mijn schoenen zijn nog steeds nat, dus mijn sokken ook en overschoenen helpen alleen tegen koude wind als de rest nat is. Toen ik weer wat warmer aanvoelde stapte ik weer op de fiets en op de eerste hellingen zag ik een jong konijntje een heel eind voor me uitlopen aleer hij het kreupelhout inschoot. Een eind verder zag ik twee herten die na enige tijd het bos invluchtte, en dan krijg je er weer zin in. Dieren en planten zijn er hier erg veel in de Pyreneeën en natuurlijk is juni voor de natuurliefhebber bijzonder mooi. Het weer is bewolkt en af en toe valt er een bui uit, de zon komt er zo nu en dan door, en wind! Zoveel draaiwind als vandaag heb ik nog nooit gehad. De Col de Perthus 2,0p ben ik bijna omhoog gewaaid. Ik had het idee dat ik de Pyreneeën verliet en nam een foto op de top van wat achter me lag. Een km verder ging ik op een grote steen zitten en genoot van een nog veel mooier uitzicht. Zo neem ik af en toe een kleine stop om de natuur en het landschap in me op te nemen. Op de weg naar de Cote de St. Pierrre 1,7p reed ik een eind op met een Eindhovenaar die toevallig ook de Honderd Cols Tocht aan het fietsen was. Vlemmings was zijn naam. Hij vertelde me dat hij elk jaar een stukje reed en nu had hij een kamer geboekt in Aveze. Hij wilde niet net als ik maar zien waar hij toevallig kon slapen, maar hij wilde een goed bed met de zekerheid van een onderdak s’nachts. Dat heeft zo z’n voor en z’n tegen vind ik, maar meer tegen. Op de afdaling van de Cote de St. Pierre gingen we weer ieders ons weegs. En zo kwam ik in Madieres, waar ik op de brug een prachtig uitzicht had over de canyon die diep onder me lag en waardoor een kleine rivier stroomde. De Cote de Madieres 2,2p was de volgende steile beklimming die voor me lag. Het weer was inmiddels zeer aangenaam geworden en het zweet liep dan ook met straaltjes over mijn rug tijdens de beklimming. Nu kwam er een plateau op hoogte waardoor een lange rechte weg liep. Ook nu stopte ik, ging in het hoge gras liggen en genoot van de geluiden van de vogels en insecten. At wat proviand en kwam voor de tweede keer vandaag de fietser uit Eindhoven tegen die de weg naar zijn pension al aan het zoeken was. Ik vond het zonde van de dag om SS al in een pension te gaan liggen, dus fietste ik nog maar wat door. Zo kwam ik aan de voet van de Col de Minier 4,8p en dacht: jij gaat er vandaag ook nog aan. Een hele reus die Minier, zeker als je al meer dan 150km door de bergen gefietst hebt. Het is echt wel leuk om s’morgens vroeg of tegen de avond in de bergen te fietsen. Je komt dan geen of bijna geen verkeer tegen en de rust straalt van de berg af. Maar.. ik was blij dat ik boven aankwam en dat er nog een hotelletje open was. L’Esperou is een typisch skioord en als het geen winter is is het in een dergelijke plaats maar afwachten of er nog iets open is. Verorberde nog een dineetje en lag voor 22.00uur te slapen als een roos.
16e dag zaterdag 8 – 6 L’Esperou – St. Hypolite-du-Fort 113 km
REGEN. Wat een afknapper, toen ik van morgen na het douchen de raam open deed. Zo grijs als heel de bejaarde gemeenschap. En ik had nog wel het goede voornemen om vandaag in de buurt van de Mont-Ventoux te komen. Met een beetje goede wil en met behulp van het weer, zou ik een heel eind komen. Maar nu dit! Ik tel ze niet meer de regendagen. Nu hoopte ik maar dat de lucht zachtjes aan zou opklaren en dat ik rond 10.00uur toch nog op mijn fiets kon zitten. Het weer was gisteren mooi bij getrokken, en het zag er naar uit dat het het begin was van een mooi weer periode, maar de test is nog niet voorbij. Ergens zou ik wel aan willen fietsen, maar met de wetenschap van eergisteren riskeer ik het toch maar niet meer (misschien op de middag). Dus wandelde ik na mijn ontbijt het dorp in om alvast wat drinken en broodjes voor onderweg te kopen. Het bleef maar regenen. Om elf uur moest ik het hotel uit want de kamers moesten gepoetst worden. Dus tegen half-elf ging ik mijn fiets eens opzoeken die aan de andere kant van de weg in een schuurtje stond. Bepakte hem, en reed in de druilerige regen toch maar aan, (zonder verkeerd te rijden, maar dat kon ook haast niet want het hotel lag aan de route) hopend op betere tijden. Ik dacht nog dat weer wordt wel beter, maar zo vaak als ik dat dacht werd het erger. Ik wilde schelden en mopperen, mijn frustraties moest ik kwijt! Ik schold tegen de bomen, tegen de lucht. Is dat nou de Mediterrane? Als ik naar Schotland ga loop ik een zonnesteek op, ga ik naar de Cote d’Azuur bevries ik! Na 9km fietsen kwam ik boven op de Col Du Mont Aigoual aan, kletsnat, 3 Graden Celsius. Geen enkel uitzicht hier, terwijl de aanzicht kaarten in het mooie restaurant van de Col wel anders deden vermoeden. Kocht wat van die kaarten en richtte mijn frustraties hierop. Normaal ben ik een erg positief mens, maar nu wist ik het effe niet meer. De mensen die die kaarten ontvangen hebben zullen wel denken?? Maar het luchtte wel op. Ik dacht als ik nu eens goed eet. Dus bestelde ik een dagschotel, prima eten overigens. ’N kopje koffie na en ik was weer wat op temperatuur. Er kwamen wel 25 wandelaars binnen, waarvan de meeste zich tot op de huid verschoonde omdat ze zo nat waren. Aan een aardige Fransman vertelde ik dat als ik nu zonder droge handschoenen omlaag moest en dat dat ongeveer te vergelijken is met zelfmoord, maar er zat niets anders op. Ik zat al op mijn fiets en wilde net vertrekken toen de man naar me toe kwam en gaf me een paar leren motorhandschoenen. Ik beloofde om ze terug te sturen als ik weer thuis zou zijn. Wat heb ik gevloekt vandaag! Zo ken ik mezelf niet. Ik zat nog maar net op mijn fiets of het gescheld begon weer. Daalde af, voelde de pijn in mijn schouder weer en vloekte. Goed voor je schouder die warmte van de Mediterrane zeggen ze bij ons in de fietsclub altijd. Ik dacht dat ik de weg kwijt was geraakt, en fietste gewoon om weer warm te worden tijdens de afdaling weer 1km omhoog. Kwam een aardige Duitser tegen vroeg of ik nog op de goede weg zat en mocht ook nog even tegen hem mopperen (niet om hem te beledigen, maar gewoon om effen tegen iemand aan te mopperen). Daalde weer af de goede richting in, en kwam wonder boven wonder een fietser tegen, groette hem en maakte een praatje. ’N Engelsman die het niet meer uit kon houden in zijn tentje op de camping en daarom maar in de regen aan het fietsen was. Wat was ik blij dat er toch nog meer mensen dan ik alleen, zo gek waren om in dit weer te fietsen. Mijn achterrem pakte niet meer, straks op de top van de Aigoual nog bijgesteld en nu al versleten. In Carassonne nog nieuwe blokjes opgezet +- 350km geleden. Met dit slechte weer slijten de remblokjes als peperkoek in de bergen. Je moet!! Zachtjes omlaag. Vaak zie je bijna niets en rij ik op de berg gewoon in een regenwolk. Mist en regen is de laatste dagen heel gewoon geworden. Als het zo regent, stikt het van de grotere en kleinere steentjes op de weg en dat is niet alleen opletten voor mijn banden maar nog meer voor mijn eigen veiligheid, ik wil gewoon gezond weer thuis komen. Ik moest mijn remmen maken, maar waar? In de regen? In een garage waar een jongen zijn motor aan het maken was, vroeg ik of ik effen mijn remmen mocht maken en zijn vriend die bij hem was begreep wat ik bedoelde. Zo gefikst. Na een kwartiertje zat ik weer op de fiets. Had er (voor de tweede keer deze reis) nieuwe remblokjes opgezet die ik van thuis had meegebracht. Op mijn route kaart stond: in het dorp de voetgangersbrug over, direct la richting Cote de Ste. Croix!2,3p. Soms bedoelt de routebeschrijving het goed, maar gaat het om een of andere reden toch niet zoals het moet, ook nu. Na 2 keer vragen en 5km klimmen kom je er achter dat je toevallig goed zit, maar voor hetzelfde geld zit je verkeerd en dan is het balen. 20km Verder hetzelfde verhaal, alleen veel erger. Ongeveer 15km klimmen en de weg niet duidelijk aangegeven. Na +- 15km op de D153 (volgens mijn kaart de D260 of de D39) gefietst te hebben, heb ik toch maar de weg gevraagd aan een man die in de regen in zijn tuin aan het werken was, ik zat goed. Soms overlappen de wegen elkaar en als je dan enkele bordjes mist begin je aan jezelf te twijfelen. De laatste 18km van de dag had ik er nog geen erg meer in dat het regende. Ik had mijn doel bereikt, en zocht een hotel in St. Hyppolite-du-Fort. Het was een sjiek hotel (als je zover in de regen gereden hebt geef je er niks meer om of een kamer nou 20 of 120€ kost, als je maar onderdak hebt en eten). Toen ik daaraan kwam stond ik ervan te kijken dat ze me een kamer aanboden. Ik was weer zo nat als een kat en zag er niet uit. De mensen in het restaurant (Hollanders op doorreis) waren zeer aardig en geïnteresseerd in mijn manier van reizen en het eten was uittekent. Die Fransen kunnen er wat van. Op de kamer was dit keer een elektrische verwarming die ik geheel opendraaide en waarboven ik al mijn natte zooi hing. Die nacht heb ik in mijn blootje op het bed geslapen omdat het zo warm was in de kamer, maar s’morgens waren mijn kleren wel droog!!
17e dag zondag 9 – 6 St. Hyppolite-du-Fort - Bedoin 136 km
Tegen half-tien aangefietst nadat ik mijn ontbijtje verorberd had, Kwam binnen 10km voorbij een zeer luxe bakker (tussen niks en nergens) en kocht daar lekkere broodjes en een paar stukken taart voor onderweg (en dat op zondag). Vandaag geen bergen of regen van betekenis, wel mistralwind!!!! . Ik dacht echt dat ik stres bestendig was, maar vandaag heb ik getwijfeld en hoop ik toch van ganser harte dat de laatste dag is geweest dat ik getest ben. Als je in 17 dagen fietsen zoveel regen en wind meemaakt als ik, en je bent dan nog niet gek, dan ga je jezelf afvragen of je het al niet was voordat je ging. Je moet natuurlijk een gezonde portie gekte bezitten om aan een dergelijke tocht te beginnen maar er zijn grenzen. Als de gekte begint over te lopen in waanzin, dan heb je de grens bereikt en moet je serieus na gaan denken om te stoppen. En dat heb ik vandaag gedaan. Ik vroeg me af: ga ik niet te ver? Ik schreef ergens onderweg in mijn aantekeningen het volgende: WIND-WIND-WIND. Van regen en kou wordt je ziek, maar WIND MAAKT JE GEK!!!!!!! Niet normaal hoe ik getest word. Ik riep zo hard ik kon: “ga maar liggen” tegen de wind. Je kunt het niet meer opbrengen om door te fietsen (al heb je kracht genoeg). Je kunt het niet meer opbrengen om tegen fietsers die je tegen komt goedendag te zeggen. Je kunt het niet meer opbrengen om de omgeving mooi te vinden. Je kunt het niet meer opbrengen om van momenten te genieten en ga zo maar door. Gek wordt je ervan WIND-WIND-WIND. Kilometers had ik gefietst vandaag en keek steeds uit naar een bankje, maar pas na ongeveer 100km kon ik mijn frustraties de vrije loop laten toen ik op een terrasje mijn aantekeningen maakte. Dronk een fles bier en bestelde de grootste salade die ik kon krijgen. Stapte toch maar weer op de fiets (en het ging wat beter) en reed door naar een stadje aan de voet van de zo beruchte Mont Ventoux. Nam maar weer een hotel (want het weer was nog steeds onbetrouwbaar) en at in het restaurant van het hotel, met het opschrift “dit is een sjiek restaurant”. Zat daar tussen allemaal vijftigers en zestigers die hun schaapjes op het droge hadden en waarvan de kinderen het allemaal zó goed deden, als ik het moest geloven (maar ze poepen nog steeds bruin denk ik dan). Ging s’avond nog even een uurtje of wat naar een leuke kroeg, dronk nog wat en maakte een praatje met een paar Belgische randoneurs die gekomen waren om de Ventoux te beklimmen. Ik ook.
18e dag maandag 10 – 6 Bedoin – Manosque 188 km
Hoewel ik redelijk veel schrijf op een dag, zijn er toch dagen dat ik achteraf denk: hier had ik meer van kunnen schrijven zo ook vandaag. Maar misschien herinner ik me nog wel e.e.a. van deze voor mij zo gedenkwaardige dag. Ik schreef in ieder geval het volgende: De Mont Ventoux, ach 22km klimmen? Nee die berg is een aardigheid bij normaal weer. Toen ik vanmorgen opstond hing rond de top van de berg een flinke zwarte wolk. Maar ik dacht ik ga vandaag, en nadat ik had gegeten en een keer over de markt gewandeld had zat ik toch nog rond negen uur op de fiets en begon met miezerige meteen aan de beklimming van de berg die op mijn kaart de meeste punten had11,7p. Het eerste stuk ging vrij gemakkelijk 3-4% . Toen het nog 15km was 7-8% en daarna ging het steiler. Ik reed op de helling drie Franse fietsers voorbij (waarvan er eentje bij me bleef tot op 1 ½ km voor de top en toen moest ook deze afhaken) die begeleid werden door hun vrouwen met een auto. Deze dames stonden om de 2km hun mannen aan te moedigen en te voorzien van een natje en een droogje. Het weer was bewolkt met flink wat wind. De laatste 10km werd het pas echt spannend. De wind trok aan en ik trok al fietsend mijn jasje aan want het waaide zeer koud. Ik moest op mijn pedalen gaan staan om 5km/uur te halen. Deze hellingen zijn echt een beproeving voor een toerfietser. Er hing een stijve mist en je kon dan ook geen 50m in de rondte kijken, en die wind!! Op een gegeven moment toen ik bijna boven was zag ik langs de rand van de weg een bordje restaurant staan, maar het restaurant kon ik niet zien. Hierna (het was nog +-150m naar de top, maar wel +-18%) kwam een haarspeldbocht en hier waaide ik tot drie keer toe gewoon terug. Steeds weer kon ik geen snelheid ontwikkelen om dat laatste bochtje te nemen, maar ik gaf niet op. (ik wilde fietsend boven komen). Ik dacht als ik nu links van de weg langs het muurtje fiets en dan snel recht over de weg steek naar de andere kant waar ook weer een muurtje begon dan kan ik het misschien halen. En de vierde keer haalde ik het! Reed weer terug een stukje de berg af om in het restaurant een kop warme choc. te drinken, warm te worden (het was +- 0 graden op de top) en te genieten van m’n prestatie. De afdaling van 28km was een waar genot. Al na een paar km was ik uit de mist en had je een prachtig uitzicht over het dal.
Hier keerde het tij!! (wat het weer betreft)
(Maar dat wist ik natuurlijk op dat moment nog niet) De zon scheen en als er iets prettig is dan is het een grote afdaling maken in de zonneschijn. In het stadje Entrechaux zocht ik het marktplein op en belde met mijn vader, iets wat ik nooit doe op een reis contact opnemen met iemand anders dan mijn eigen vrouw.
Maar in dit geval (ik had na Lourdes toch weer een mijlpaal bereikt in mijn tocht) moest ik mijn ei aan iemand kwijt en ik dacht dat mijn vader en moeder het ook wel fijn zouden vinden om iets van hun zoon te horen (vooral als het goed gaat). De reis ging verder, en vandaag had ik de juiste benen, meestal flink wind mee en veel valsplat in mijn voordeel. Ik reed als een speer. Stopte nog links en rechts om wat proviand in te slaan of te nuttigen, wat aantekeningen te maken en reed een heel stuk met twee Italiaanse jongens mee die goed Engels spraken. Die Mont Ventoux maakt toch wel indruk. Het is net een bijenkorf. De berg is de korf en de fietsers zijn de bijen. De grote jongens gaan de berg op, maar de meeste fietsen er omheen. Ook zijn er veel die er een paar dagen omheen zwermen aleer ze de grote stap wagen. Een enkeling beklimt deze berg van voor en van achter, maar allemaal tonen ze respect voor deze grote jongen. Van alle kanten kom je Hollanders, Duitsers, Belgen, Engelse, Italianen en Fransen tegen. Ook veel dagjesmensen komen op de hellingen van deze berg genieten van het uitzicht, soms busladingen vol. In deze tijd bijna allemaal 50 plussers.Het mannetje rijdt de auto en het vrouwtje leest de kaart. Soms schrijf ik op mijn route zo vluchtig “prachtige plaats om op vakantie te gaan” zo ook bij de plaats Oppedette. De dag was al een heel eind voorbij toen ik in Pierrevert nog eens flink verkeerd reed en flink moe in Manosque aankwam waar een jeugdherberg moest zijn. Natuurlijk lag dat ding weer aan de kant van de stad waar ik eigenlijk niet moest zijn. (je word vervelend van jezelf als je vermoeid raakt). Tegen 21.10uur stond ik in de hal van de herberg, maar er was niemand te zien. Hard riep ik: Vollek!, maar geen gehoor. Liep naar boven en keek op de gang rond, maar er was niemand te zien of te horen. Wat gek? Schreeuwde nog eens en eindelijk na een paar minuten ging er ergens een raam open. Een jongen en een meisje vertelden me in het Engels dat de herberg gesloten was voor een paar dagen, en dat ik maar moest gaan. Ik vertelde hen dat ik lid was van de internationale jeugdherberg vereniging en dat ik na +-200km door de bergen niet van plan was om nog ergens anders een onderkomen te zoeken. Ik zei: ik ga hier vandaag niet meer vandaan! Toen vertelde ze me dat de eigenaar een paar huizen verder was en dat ik het dan maar aan hem moest vragen. Nou dat was zo geregeld. De eigenaar voelde me goed aan, deed niet moeilijk en gaf me een kamer. Prima geregeld. Ik kookte nog wat water om een kom soep te maken en at er mijn cake bij op die ik al twee dagen in mijn stuurtas had zitten. Ging rustig slapen en had een prima dag achter de rug.
19e dag dinsdag 11 – 6 Manosque – St. AubanRond 130 km
9.00uur op de fiets, deed bankzaken, stuurde mijn wegwerpfototoestel en wat papieren die ik niet meer nodig had naar huis, kocht wat heerlijk brood en gebakjes, drinken en fruit en het voorspelde een mooie dag te worden. Volgens de papieren een vrij vlakke dag – ha-ha. De wind waaide nog wel, maar niet meer zo hard en koud als de laatste dagen. Het was minstens 25 graden en ik ben op mijn neus en oren goed verbranden. Reed door grote velden lavendel, hectare vol niets dan lavendel. Je zou alleen al voor de lucht op de fiets stappen. En de dieren die je hier in het wild ziet! Gisteren zag ik nog een hop (in Holland nog nooit gezien) en vandaag nog een hagedis van +- 30cm van boven lichtgroen en wit op de buik, salamanders en vlinders zie je hier bij het leven, en slagen tref je op de weg vaak zonnend aan. Soms zijn ze dood gereden maar ook vaak zie je ze ineens wegkruipen. Tjonge-tjonge wat was dat een mooie route die ik vanmiddag gefietst heb. Dat weten ook veel dagjes mensen, dus het was al aardig druk met auto’s en motoren op de route “Gorges Du Verdon”, het stuk tussen Moustiers en La Palud-sur-Verdon. Prachtige ravijnen met een rivier die uitkomt in een prachtig meer. Het leek wel een Hollandse route, want ongeveer 50% van de bezoekers was Hollands. Deze mensen kunnen wel een beetje proeven van de sfeer en de natuur in hun auto, maar op de fiets sta je naar mijn gevoel, er toch veel dichter bij. Je kunt van elk moment genieten en je hoort en je ruikt veel meer. Om 19.15 kwam ik op een mooie camping aan net voor het plaatsjeSt. Auban en heb daar m’n tentje opgezet nadat ik in het gewone restaurantje van de camping eens goed had zitten eten. Vroeg aan een Fransman die een tijdje met me had staan praten omdat hij ook fietste, een deken of oude slaapzak voor onder mijn tent te leggen, zodat ik morgen vroeg niet zo’n last van mijn heupen heb, want als je vast op de grond slaapt is het toch wel wat hard. Dronk nog ’n paar pilsjes in het restaurant en lag tegen 22.00 in mijn slaapzak.
20e dag woensdag 12 – 6 St. Auban – St. Paul 179 km
Vanmorgen om 6.15 uur wakker, wat gewassen, tent opgeruimd en meteen aangereden. Zat tegen 7.30 op de fiets. Kwam na de eerste 7km in het bergdorp Brianconnet aan alwaar ik opzoek ging naar een bakker. En verdomt, die was er. Kocht wat broodjes en de moeder van de bakker bood me spontaan een gratis kopje koffie aan. We dronken samen koffie op twee tuinstoelen buiten het winkeltje en hoewel ik geen Frans en zij geen andere taal sprak hadden we toch op een of andere manier een conversatie en amuseerde ons in de vroege ochtendzon. Weer verder ging de reis. De col de Buis!2,1p is nog een hele klim. Tussen de Buis en Entrevaux ligt een dorpje dat over zijn gehele lengte 18% stijgt, nog een geluk dat het dorp maar ongeveer 300m lang is. In Entrevaux waar ik stempelde, wat postkaarten kocht (want het aanzicht van dat dorp is uitstekend geschikt voor op een postkaart) en ook nog een ei in het plaatselijke openbare toilet wist te leggen, was ik weer zo vertrokken. Reed verder 15 km bijna vlak en sloeg links af de Col De La Couillole 6,4p (niemand in Beek en Donk heeft er waarschijnlijk ooit van gehoord, maar het is een berg om respect voor te hebben) omhoog. De beschrijving in mijn route klop aardig (ze zeggen dat route Gorge du Cians spectaculair is) prachtige spectaculaire ravijnen zijn hier. Om tien uur s’morgens tijdens de beklimming was het al 30 graden en ik benijd de fietsers niets die hier of waar ook in tropische temperaturen een berg op rijden. Maar de omgeving wordt nog elke dag mooier, dus het verveelt niks zo’n tocht, ook al zijn de eerste 22km behoorlijk steil. In Beuil aangekomen was weer eens niets open (weer zo’n wintervakantie plaats) en ik reed dan ook vrij vlot door naar de top 6km verder op. Die laatste 6km waren veel minder steil en op de top stond een eenvoudig restaurant waar het heerlijk vertoeven is. Ik vroeg de bazin naar een plate de velo en ze bracht me een heerlijk bord spaghetti met een stuk taart en koffie na. Zo ik kon er voorlopig weer tegen. Stelde mijn remmen nog een keer na en begon aan de afdaling. Een Hollands stelletje van rond de 30jaar kwam me op de hellingen van de Cote St. Maur voorbij gereden en nadat ik hen weer voorbij gereden was raakte we wat aan de praat. Soms heb je mensen waarmee het in een keer klikt en soms heb je mensen waarmee het niet klikt, al doe je nog zo je best. Ik had het idee dat hij een beetje arrogant was, en dat zij op zijn tochtje mee mocht, als zij van tevoren goed zou trainen. Maar in St. Etienne-de-Tinee hadden ze een hotel besproken dus had ik er niet lang last/plezier van. Kocht in het stadje nog wat eten en rustte een km verder bij een mooie brede waterval wat uit, at er wat en trok het boze plan om vandaag nog de Col De La Bonnette 8,8p omhoog te fietsen. Het is de hoogste berg uit mijn route 2715m hoog. Blij was ik dat er af en toe een wolk voor de zon schoof tijdens de beklimming. Als je op een dag buiten het weekend een berg omhoog fietst heb je veel kans dat je bijna niemand tegen komt, ook nu. Zelf vind ik dat bijzonder prettig. Dus tijdens de beklimming ben ik maar enkele fietsers tegen gekomen, en het doet me steeds weer goed als ik op een dergelijke berg renners voorbij fiets die geen bepakking bij hebben. Niet dat ik zo daar op kick, maar toch geeft het een lekker gevoel. Op de top van deze hoge berg staat niets. Ja verderop staat een weerstation of zoiets maar daar mag je niet naar toe, en die behoefte had ik ook niet meer moet ik eerlijk zeggen. Het was genoeg geweest voor vandaag en ik dacht: nog even deze berg af en dan een hotelletje in Jaussiers (het eerste dorp in het dal). Dat viel tegen. In het dorp kon ik geen slaapplaats vinden en een paar km verderop was wel een camping maar die stond me niet aan omdat ik daar niets kon eten (en ik moet van mezelf elke dag zo goed mogelijk eten, dat is bijna regel 1). Dus maar weer door. Inmiddels was ik wel doodmoe. Dat komt omdat ik mezelf ingesteld had op Jaussiers en nu moest ik verdomme 15km verder fietsen. Maar niets aan te doen, en zo kwam ik tegen 20.30 in een hotelletje in St. Paul aan. Ik opende de deur, vroeg in het Engels of ik hier kon slapen en toen de waard dat bevestigde antwoordde ik Thank you verry mutch, y love you. Zette mijn fiets in de beste kamer, waste mezelf en zat na 15minuten aan een diner wat me zeer goed bekwam. Nam nog een glas bier mee omhoog en was zo in dromenland beland. Weer een prima dag.
21e dag donderdag 13 – 6 St. Paul – Serre-Chevallier 87 km
Voordat ik s’morgens op de fiets stap heb ik vaak al wat aantekeningen gemaakt, ook nu: Het ziet er goed uit, het weer is gewoon mooi. De Col de Vars staat vandaag op het programma, daarna de Col de Izoard, en als ik nog zin en geen pijn in mijn benen heb gaat de Galibiër eraan, maar dat weet ik nog niet.De eerste gang als ik s’morgens op de fiets zit is meestal naar de bakker, ook vandaag. Het winkeltje lag ongeveer 300m rijden het dorp in, ik kocht een beetje want bijna alle schappen waren leeg (in de winter liggen ze vol) en reed rechts het dorp weer uit. Je kunt hier niet verkeerd (dacht ik). Maar na 7km flink klimmen kwam ik er achter dat dat wel kon! Nou hou ik niet van omdraaien, maar in dit geval? Na een uurtje fietsen kwam ik achter het hotel langs, waar ik de vanmorgen mijn ontbijt genuttigd had. Nu de Col de Vars 5,1p omhoog. Boven aangekomen maakte ik een praatje met een aardig Hollands stel wat veel bewondering voor mijn manier van reizen had. En verder ging de reis weer. Eerst 20km afdalen en dan de Col D’Izoard 7,0p omhoog. Inmiddels was het 30-35graden geworden en op +- 10km van de top in Arvieux had ik een stop om wat te eten en te drinken. In een mooi hotel /restaurant at ik een flinke biefstuk dronk er een donker biertje bij (waar ik wel aan toe was) en zag er flitsen van het WK voetbal. Weer op de fiets moest het eten nog even zijn plaats innemen en dan duurt het even vooraleer je weer in je oude ritme zit, maar ik kwam boven. Ik sta er elke keer weer van te kijken hoeveel water er uit of van zo’n berg stroomt, en zolang je nog watervallen en stroompjes tegen komt zit er nog veel berg boven je en ben je nog lang niet boven. Je krijgt als je zo’n tocht rijdt diep respect voor de bergen. Wat me opvalt is dat een berg of bergpas zoveel verschillende kanten heeft. De ene kant vrij kaal en ruig, de andere kant heeft vaak frisse weide en bossen e.d. Je fietst in de zon omhoog en als je aan de loefzijde afdaalt is het bijna altijd koud. Omhoog fietste ik aan de warme kant, maar toen ik omlaag ging was het nog wel 15km vrij koud en er lag nog tot vrij ver onder de top sneeuw. Vandaag donderdag de 13e is het bij mij thuis wat feest, want mijn dochter is geslaagd. Nu ben ik vandaag weer onder gebracht bij gewone mensen van +- 40 jaar die een kamer verhuren. Bij de VVV in het dorp had ik nagevraagd of de jeugdherberg open was. De vriendelijke mijnheer belde naar de herberg en men bevestigde dat hij open was. Prima, dus ik met een route beschrijving er naar toe. Daar aangekomen kon ik er niet in want we zitten vol. Er logeerde een hele school tieners. Ik deed maar weer moeilijk en na enige tijd wist de kok een adres waar ik de nacht door kon brengen. Rij mij maar na opperde hij, en ik met mijn fietsje achter hem aan het dorp door. Ik vertelde de mensen dat het voor mij wasdag was en of ik mijn was aan hun lijn mocht hangen? En de vrouw zij: geef je was maar aan mij want ik moet toch nog een machine wassen en dat kan er nog wel bij. Voor mij een meevaller. Weet je wat veel erger is dan in de bergen fietsen? Nou dat is , als je goed moe uit de bergen komt en dan om, of door een stad heen moet, met allemaal stinkende auto’s die je haast voor je klep rijden. Als je dan ook nog driekwartier om de stad geleid wordt met de bordjes “Toutes –directions en je moet alleen maar klimmen, dan kan je je lol wel op. Maar gelukkig komen er ook weer betere tijden en ga je weer de bergen in, waar je links en rechts een verwaaide fietser, wat motorrijders en ’n toerauto tegenkomt. Ik ben blij dat ik nu (juni) gegaan ben. Nu is het nog niet zo druk met auto’s en motoren. Als je een berg opfietst heb je alle lucht nodig die je kan krijgen, en als er steeds weer auto’s of motoren voorbij komen is dat behoorlijk irritant. Niet alleen de herrie die ze maken, maar ook de stank die ze veroorzaken kunnen behoorlijk op je humeur slaan. Dan heb ik het er nog niet over als je ze in tunnels tegen komt. Nou wil dat niet zeggen dat ik auto of motorrijders hun pleziertje in de bergen niet gun, ik gun hun net zoveel plezier als ik zelf heb, maar ik constateer het maar. Als je boven de 1500m komt, kom je hier veel fluitmarmotten tegen je hoort ze al kilometers ver, maar je moet niet proberen ze al fietsend op te zoeken (je zou zo de berg af fietsen) dat lukt je niet. Maar soms zie je ze de weg oversteken of stil langs de kant zitten, die kleine bontjassen. Ik heb er tientallen gezien op mijn tocht en ben zeer benieuwd hoeveel er mij hebben gezien.
22e dag vrijdag 14 – 6 Serre-Chevallier – Lanslebourg 106 km
Tegen negen uur aangekaart, nadat ik goed ontbeten had bij die mensen van het B&B in de woonkamer. Kocht zoals gebruikelijk weer z.s.m. wat proviand en reed dit keer niet verkeerd. De Col du Lautaret lag voor me en ik fietste met veel zin de berg omhoog. De weg (N91) een gewone doorgaande weg, was op het begin nog vrij druk maar hoe verder je omhoog komt des te minder auto’s. Prachtige uitzichten heb je hier, en zelfs in de klim kun je als fietser genieten van de mooie glooiende besneeuwde bergtoppen. Dan komt de draai naar de Col Du Galibiër 6,0p en begint het spel pas echt. Nog 8-9km van +-10% . Een km voor het eind heeft een aardige man een winkeltje/cafeetje. Kocht er wat kaarten, ’n T shirt en twee koppen warme choc, at er mijn broodjes op en fietste de laatste km van +-12% omhoog. Nam op dezelfde plaats als vorig jaar een foto en daalde vrij snel af +-20km. Reed de Col Du Telegraphe omhoog die stelt van deze kant af niks voor, 5km 4%.Op de top ging ik er eens goed voor zitten. De man in het restaurant maakte mijn eerste slechte salade die ik in Frankrijk kreeg voor veel te veel geld. Dronk nog wat bier, rekende af en voelde me geheel niet ongelukkig (ook al had ik een slechte salade op, maar ik laat me door een Fransman niet gek maken). Daalde een heel stuk af begon aan de hoogste cόte van mijn reis de Cόte de Rossanges 2,3p 1490m hoog. Daarna dacht ik in een keer af te dalen naar Lanslebourg, maar dat viel tegen. Toch nog een flink stuk klimmen voordat ik bij mijn jeugdherberg was. En dat valt telkens weer tegen als je een stuk bergop moet fietsen wat je niet gepland hebt. Ook in Lanslebourg ging ik naar de VVV om te vragen waar de jeugdherberg was en of hij open was. De juffrouw aan de balie verzekerde mij dat hij open was, en hij lag 2km verder in de goede richting. Ik er naar toe. Daar aangekomen zag ik dat er een plaatje op de deur hing, maar stoorde mezelf er niet aan en ik riep door een openstaande raam “volek!”. Een man stond me te woord en hij verontschuldigde zich dat de herberg gesloten was. Hij zei dat hij er ook niks aan kon doen. Nu viel ik een beetje uit mijn rol en zei dat alle herbergen in Frankrijk shit waren, want dit was nu al de zoveelste herberg die of gesloten of een dag niet open of vol waren. Het is altijd iets hier in Frankrijk. In Ierland en schotland daar maak je zoiets niet mee, daar kan je altijd terecht mopperde ik. En wat gebeurde er? Hij maakte voor mij open! Ik sliep als enige in deze prachtige herberg. Een goed bed, prima wasgelegenheid en ik kon mijn natte was op de lijn hangen en alles was in een keer geregeld. Ging wat eten in een restaurant langs de herberg , dronk nog wat bier in de huiskamer van de herberg waar ik mijn zangbundel ook maar eens voor de dag haalde en er lustig op los zong (er was toch niemand die ik ermee zou storen). Prima dagje vandaag.
23e dag Zaterdag 15 – 6 Lanslebourg - Beaufort 120 km
Rustig vertrokken in Lanslebourg (eigenlijk lag ik in Val-Cenis) en meteen een flinke klim naar de Col de Madeleine 1,7p dit is de voorloper van de Col De L’Iseran 6,8p. Op die Col de Madeleine had ik me tijdens mijn voorbereiding flink verkeken. Ik dacht dat kan toch niet dat daar de Madeleine ligt, maar er zijn meer bergen in Frankrijk met dezelfde naam zoals bij ons b.v. Beek, Beek en Donk, Beek in Limburg en ga zo maar door. Toen maar meteen door naar de Iseran. De Iseran is een flinke berg, de eerste 25km zeer mooi fietsen maar de laatste 7km komen ze je eraan! Dit komt volgens een mijnheer uit Edam (die ik sprak op de top) ook omdat hij zo hoog is en je dan minder zuurstof krijgt. Ik zag op de flanken van de berg mensen met volle kratten tegelijk, water tappen. Het water is hier van zeer goede kwaliteit hoorde ik later, en het is dan ook begrijpelijk dat je hier dan je watervoorraadje even aanvult. De reis verliep vandaag verder zonder opvallende dingen en zo kwam ik op de flanken van de berg met de vreemde naam “Cormet De Roselend” toch 6,4p. Ik had er moeite genoeg mee. Boven aangekomen, het was niet echt het hoogste punt in de omgeving en de top was dan ook meer een alp, waren mensen aan het parasailing. Ze bleven zo lang in de lucht als ze zelf wilde want het stikt vandaag van de thermiek. Ik ging er eens een half uurtje rustig van liggen genieten in het gras op de alp. Kocht voor mijn vrouw en twee dochters ieder een hangertje van Pyriet (je moet toch iets meebrengen als je thuis komt van zo’n reis) die een vrouwtje verkocht en ze vertelde dat ze ze in de omgeving uit de berg gehakt had. Het stikte hier van de wandelaars die hun auto’s op de grote parkeerplaats boven op de alp parkeerde en dan een van de vele wandelingen gingen maken die hier aangegeven stonden. In de afdaling zag ik net voor Beaufort tegen 17.00uur een mooie camping, prachtig gelegen in de bergen. Ik stopte, vroeg of ik hier kon overnachten en zette mijn nog natte tent in de zon, zo dicht mogelijk bij het toiletgebouw. Dit doe ik omdat ik dan s’morgens vroeg mijn spullen goed droog kan inpakken. Verzamelde zoveel mogelijk pas gemaaid gras om onder mijn tent te leggen zodat ik niet zo hard lag op de harde ondergrond. Shit ik moest nog eten. Dan maar liften naar het dorp dacht ik. Het dorp lag 5km bergafwaarts en ik had geen zin meer om op mijn fiets te stappen. Na +- 10minuten langs de rand van de weg gestaan te hebben kwam de boerin die eigenaresse van de camping was aangereden en ik mocht met haar mee naar het dorp. Ze zij dat ze over een half uur terug ging en als ik graag mee terug ging moest ik maar bij de auto staan. Maar in een halfuur kan ik niet dineren in een restaurant. Ik bedacht me ter plekke, kocht wat suikerbrood, een halve haan, paté en een toetje in een winkel, belde even naar huis in een telefooncel, want ik had weer eens geen verbinding met Nederland op mijn gsm en wandelde weer naar de plek waar de auto geparkeerd had gestaan. Op een stoepje ging ik zitten en bedacht of ik naar boven zou lopen of dat ik zou liften. Na 10 minuten kwam het vrouwtje er toch aan (ze was nog even ergens naar toe geweest) en kon ik meerijden naar boven. Op de camping mocht ik aan een grote tafel zitten die van andere mensen was (er stonden maar drie tenten en een caravan)(je kunt goed merken dat het nog vroeg in het seizoen is). Schrijf er mijn verhaal en had een prima maaltijd van de door mij in het dorp gekochte producten. Ik overpeinsde de afgelopen dagen en dacht na over de komende week. Waarschijnlijk ga ik donderdag of vrijdag weer terug naar Holland (als ik de tocht uit gereden heb). En op de laatste grote col schrijf ik naar mijn werk (waar ik al een kaartje naartoe gestuurd heb met de tekst: Ik sta op het punt om waanzinnig te worden, dat was in de wind en regentijd), De Waanzin heeft weer plaats gemaakt voor de gezonde gekte, en alles gaat goed.
24e dag zondag 16 – 6 Beaufort – Culoz 139 km
Vroeg aangereden vanmorgen. Voor 9.30 zat ik in een bar boven bij de Col De Saisies 5,8p aan de koffie. Weer zo’n echte winterplaats. Ik heb het gevoel dat het niet meer zo hard gaat als in de Pyreneeën en de kilometers per dag worden ook minder, maar dat is ook niks gek als je hier over die grote reuzen fietst. Erg blij ben ik dat het nu nog maar twee cols zijn van boven de 5p. Maar een uurtje later kwam ik alweer aan op de Col de Aravis 2,7p. Kocht er wat kaarten, stak er een kaars op, want er was een kapel voor St. Anne. Op de voorgevel van de kapel stond in het Frans geschreven “Sint Anne beschermt de reizigers” Dus heb ik er maar 2 Euro aan gewaagd (je weet nooit waar het goed voor is). De Col de Avaris is zeer mooi gelegen tussen de verschillende bergen en volgens mij is het een bedevaartsoort. Er waren rond 10.30uur al veel mensen op de berg aan het wandelen. Drie restaurants en soevenierswinkeltjes zijn er op deze berg, en op de hoogste berg De Bonnette was niks?? Vandaag evenals bijna alle andere dagen ben ik alleen ( zonder dat ik veel fietsers tegenkom of voorbij rij) de bergen omhoog gefietst, en dat bevalt me hartstikke goed. Het valt me wel op hoeveel verschillende type’s bergen je hebt en ik blijf me maar afvragen waar al dat water toch vandaan komt. Om 12.00uur wilde ik boven op de Col De La Croix Fry 1,8p zijn en dat was ik ook. Zette mijn telefoon aan want mijn vrouw zou tussen 12 en 14.00uur bellen en ging eens goed zitten eten in het restaurant boven op de berg. Ik zat er werkelijk te genieten van zo’n mooie dag, maar geen telefoontje van Marij. Tegen 13.15uur reed ik maar weer aan richting Annecy. Halverwege een gevaarlijke afdaling met veel auto’s ging mijn gsm af. Kut, niet nu. Ik probeerde het ding uit mijn achterzak te pakken, maar hij was alweer afgelopen voordat ik hem te pakken had. Er werd niet meer gebeld, en we hadden nog zo afgesproken dat ze minimaal 2 of 3 keer achter elkaar zou bellen omdat ik wist dat de telefoon heel kort afging en ik maar zelden in een keer op tijd kon zijn om hem op te pakken. Dus belde ik in een cel naar huis en sprak op de beantwoorder in dat ze mij moest bellen. Dat deed ze ook. Net toen ik weer eens de weg kwijt was in die drukke stad Annecy. Een echt plezierig telefoon gesprek was het niet en we spraken af dat ze om 21.00uur terug zou bellen. Ik reed nog wat verkeerd, maar vond toch weer de weg die ik moest hebben en raakte zachtjesaan weer in mijn element. Het ging nog niet zo verkeerd vandaag en ik dacht: laat ik nu de Col De Clergeon 3,7p nu ook nog maar opfietsen, dan heb ik dat ook weer gehad. De temperaturen stegen ver boven de 30 graden uit en nergens was op deze mooie zondag middag ook maar iets te koop. In Moye aangekomen kreeg ik in het gemeentehuis (waar op dat moment een receptie was) wat water, en de ambtenaar vertelde me dat er nu nergens een winkel open was en een bar of restaurant was er niet in deze plaats. Verder ging de reis weer en ik kwam langs een klein boeren winkeltje en dacht: ik probeer gewoon of hij open is. Raak. Kocht een grote fles limonade 2 grote appelflappen en twee koude flesjes bier voor als ik de top zou bereiken. Het was nog flink wat klimmen voordat ik boven was met deze temperaturen. De top was midden tussen de weilanden en ik dacht: hier moet toch ergens een schitterend uitzicht zijn. Dus ik met fiets en al de wei in en ja na een paar honderd meter wandelen werd mijn daad beloont!! Het uitzicht was grandioos en ik genoot met volle teugen, dronk mijn biertje, at mijn appelflappen en maakte 6 foto’s achterelkaar zodat ik er een panoramabeeld van kan maken als ik thuis ben. Ging weer terug naar de weg en wachtte minstens tien minuten voordat er iemand voorbij kwam die een foto van mij bij het bord ‘Çol de Clergeon’ kon maken. De afdaling was best gevaarlijk met korte bochtjes en zo. Zo kwam ik aan op een mooie camping aan de voet van de Col Du Grand Colombier in Culoz. Ik kreeg van een Duits echtpaar wat de route naar Santiago de Compostella aan het fietsen was en een caravan gehuurd had op de camping, een deken en een goed hoofdkussen. We brachten samen de avond door en ik bestelde nadat ik mijn eerste maaltijd op had, nog maar een keer hetzelfde eten in het restaurant. Ja je moet goed eten en als je zoveel fietst op een dag verbrand je ook veel.
25e dag maandag 17 – 6 Culoz – Morez 126 km
De zon schijn volop op de camping. Goed geslapen in mijn kleine tentje. Het scheelt veel als je niet vast op de grond slaapt maar een dikke deken tussen je slaapzak en de bodem van het tentje kunt leggen. Een echt hoofdkussen is ook een genot. Zonder te eten vertrokken van de camping. In het dorp kocht ik wat proviand en at een gedeelte op, op een bankje langs de weg , alvorens ik aanDe Grant Colombier! 8,9p begon. Hij begint steil, is dan effen wat vlakker en heeft hier en daar zelfs een afdalinkje, maar de laatste kilometers is hij weer loodzwaar. ’N mooie afsluiting van de Alpen. Ik dacht dat ik dat gisteren al gehad had op de “Clergeon”. Het is de moeite waard om de eerste kilometers van de beklimming van het uitzicht te genieten. De rivier en het uitzicht op het meer van Annecy komen hier prachtig tot zijn recht. Boven aangekomen was het heiig en dan zie je alleen de couture van de grote bergen. Met een temperatuur van 25 graden en een beetje wind was deze berg achteraf wel te doen. Maar het is net als met de tandarts, als je er ligt is het zo leuk niet, en achteraf zeg je: was dat nou alles? Ik daalde af maar liet eerst nog even een stempel zetten in een café/bar/restaurant? op ongeveer 1km onder de top. Ik vond dat ik het wel kon vieren dat ik geen bergen meer kreeg van boven de 5p, dus bestelde ik een lekker donker bier en schreef een kaart naar een vriend waarop ik schreef: Niet het beginnen is belangrijk maar het volharden! (want ik kreeg er langzamerhand wel vertrouwen in dat ik de tocht uit zou fietsen). Nu dacht ik: als ik direct beneden in een dorp kom koop ik nog gauw wat eten en drinken en dan kan ik de rest van de dag weer vooruit. Mooi fout gedacht. Het was zo warm dat de russen (daslook) van het dak afvielen. Nergens was nog iets open en pas na 55km fietsen kwam ik uitgehongerd en uitgedroogd in een dorpje aan (Echallon) waar een traditioneel cafeetje open was. Het was 15.30 en alle klanten die daar de lunch genuttigd hadden waren alweer vertrokken. Alleen wat stille getuigen waren achter gebleven in de vorm van kruimels en kringen op de tafelbladen. Ik was echt aan…. Ik vroeg aan de bazin iets te eten, en ze serveerde mij een frisse salade met een flink glas helder bier. De salade zag er niet uit, maar hij smaakte heerlijk. Het vrouwtje kwam me nog ongevraagd een schaal gemengde vruchten op sap brengen en ik bedankte haar vriendelijk. Kocht nog wat limonade en ijsthee voor in mijn bidon en was weer opgeknapt om mijn reis te hervatten. Wat een vakvrouw was dat in dat cafeetje, daar heb ik nou diep respect voor, voor mensen die zonder zich op de borst te kloppen een stukje menselijkheid in zijn ambacht/vak kunnen leggen. Zij had gezien dat ik erdoor zat, zij deed niet moeilijk, zo van “het is te laat de keuken is gesloten”, nee dat mens begreep wat een vermoeid mens nodig had. Chappoo voor haar! .Zo reed ik door en dacht vandaag nog een 70km te fietsen, maar na 50km hield ik het voor gezien en dacht: het eerste het beste stadje zoek ik een hotel of i.d. want ik was best moe. Zo gezegd zo gedaan. Kwam in een stadje en zocht er een hotel. Een zeer bejaarde dame stond aan de balie en gaf me een kamer zonder me in te schrijven? Ik dacht: ik ben hier morgenvroeg toch weer vroeg weg en deed niet moeilijk. Op mijn kamer aangekomen 2e verdieping, met alleen een vluchtweg over de gang, trof ik een weekendtas aan met daarop een leren jas, ook nu dacht ik weer wat gek? Maar om er het oude vrouwtje mee op te zadelen? Ik dacht: morgenvroeg ben ik hier weer weg en ze zoeken het maar uit. Nam een dineetje, wandelde wat door het stadje en lag om 21.30uur al te slapen.
26e dag dinsdag 18 – 6 Morez - L’Isle-sur-le-Doubs 159 km
Waar moet ik nu mee beginnen? Overvallen? Zo voelt het in ieder geval wel.Lag ik vannacht te slapen wordt er aan mijn deur gerommeld. Ik kijk op mijn horloge, 1.39uur. Dacht meteen hier is iets niet pluis. Nou heb ik de gewoonte om als ik op een hotelkamer slaap, het slot van de deur met de sleutel te sluiten en de sleutel in het slot te laten, zodat mensen die ook een sleutel van de kamer hebben er zeker niet in kunnen. Ook nu, gelukkig! Nee er werd niet geklopt, of het was niet iemand die per ongeluk de verkeerde deur had, dat merkte ik wel. Het waren twee personen die zacht vloekend de deur open wilde maken om eens te kijken wat ik voor hen zou kunnen betekenen. Als ik dan 2m groot zou zijn en op Arnold Swartzenegger zou lijken, dan zouden ze zich verontschuldigen en zeggen dat ze hun tas vergeten waren, en deze even op kwamen halen. Ik hield me muisstil (stikte natuurlijk van de schrik, want als ze binnen kwamen, wat dan?, ik was er officieel niet want ik was niet ingeschreven). Na ongeveer driekwartier gaven ze het op en hoorde ik niets meer. Mijn bed kraakte bij elke beweging dus bleef ik nog maar even in de houding liggen, waarin ik al een uur lag. Nu stapte ik uit bed en zocht mijn sportalarm wat ik wel bij had, maar wat ik niet nodig vond om op mijn nachtkastje te leggen. Nu weet ik wel beter. Als ik nog eens in een hotelkamer kom te liggen die ik niet vertrouw gaat het alarm op het nachtkastje. Maar ik viel toch weer in slaap en tegen 6.00 werd ik wakker, ging in bad en maakte mijn spullen voor de reis van vandaag klaar. Toen ik tegen 7.00ur klaar stond om mijn kamer te verlaten met mijn spullen al in mijn hand, hoorde ik een vrachtwagen de straat inrijden. De Weekendtas! Dacht ik. Meteen opende ik de kast, pakte de weekendtas en gooide hem door het openstaande raam met een zwaai bovenop de vrachtwagen welke met gebroken puin geladen was. Zo daar zal niemand meer last van hebben dacht ik. Nam al mijn spullen mee naar het ontbijt, wat ik gewoonlijk niet doe. Normaal ga ik eerst ontbijten en ga dan terug naar mijn kamer om alles klaar te maken, maar nu niet. Nam mijn ontbijt en iedereen die nu zijn ontbijt kwam nuttigen was voor mij een verdachte. Wat was ik blij toen ik mijn fietsje onder in de kelder weer tegen kwam en op mijn fiets kon stappen. Zo reed ik het stadje uit en al vrij snel zat ik op de hellingen van de Cote de Bellefontaine 1,7p. Afdalen met dat warme weer s’morgens voor 10.00uur is een zaligheid. Maar na 12.00 uur komt de warmte je tegemoet en soms lijkt het wel of ze van onder in het dal met een warme wollen deken omhoog komen. Maar ik begin weer meer kilometers te maken. Het is vandaag zo warm geweest, dat als ik thuis geweest was ik al twee keer onder een koude douche gestaan had, maar hier moet ik genoegen nemen met mijn hoofd af en toe in een bak met bergwater te steken. Nu fietste ik grote stukken over hoogland, dat is een streek die in zijn geheel boven de 700m ligt. Prachtige hooilanden heb je hier. De geur van het pas gemaaide gras herken ik nog van toen ik de eerste keer naar Oostenrijk ging. Hooiland met bloemen en kruiden, die geur zuig je op tot in je tenen, je hele lichaam raakt er door bedwelmt, heerlijk. Ik weet niet wat ik het mooist vind, de bergachtige streken met zij kleine klimmen en trage afdalingen of het hooggebergte waar je zeer traag omhoog gaat en veel meer moet remmen om veilig te dalen. Weer reed ik vanmorgen minstens 50km zonder dat er maar iets open was. Alles was gesloten. Dit is een streek die niet toeristisch is, maar toch zijn charme heeft. Zo kwam ik al vroeg (voor mijnen doen) op de camping in L’Isle-sur-le-Doubs aan. Op deze camping was al iets te doen, hier stonden al verschillende tenten en caravans. Zette mijn tentje op, ging zwemmen in de rivier Le Doubs, die langs de camping liep. Het water was helemaal niet koud en het was heerlijk om in het water te liggen na zo’n warme dag. Hier kwam ik Willem en Adraste Weltevrede uit Amsterdam tegen, die met de motor een toer vakantie hielden, en waarmee ik een leuke avond in het restaurantje langs het kanaaltje had.
27e dag woensdag 19 – 6 L’Isle-sur-le-Doubs – Grand Ballon 129 km
De Col Du Ballon D’Alsace 3,4p ben ik alweer bijna vergeten als ik mijn aantekeningen van vandaag maak, Je raakt langzaam de tel kwijt en je kunt je niet elke berg meer zo goed voor de geest halen dan wanneer je er maar een paar omhoog fietst. De hooilanden waarmee ik mijn longen steeds weer opnieuw plezier, vervullen me met vreugde. De prachtige rustige afdalingen in deze streek zijn een groot genot. Toch reed ik ook weer vandaag langs een stuk snelweg waar je erg op moet letten dat ze je niet aanrijden. De auto’s razen als gekken voorbij. Vandaag heb ik het enige stuk in de route gereden dat eigenlijk niet door een racefiets bereden kan worden (tussen Gemonval en La Chapelle). Het is in de bergen wel normaal dat er veel grind op de weg ligt of dat er her en der grote gaten in de weg zitten (vooral bij riolerings en brandputten) of dat het asfalt door vrachtwagens kapot is gereden. Niet erg leuk om erover te fietsen. Voor vandaag had ik zo’n 120km gepland, de temperatuur steeg tot 32 graden, maar toen ik in Willer naar een camping uitkeek zat ik op de hellingen van de Col Du Grand Ballon 6,1p voor dat ik het wist. Kocht bij een grote visvijver waar een visvereniging café hield ’n glas bier en vulde er mijn bidons met limonade zodat ik voor de top geen dorst meer hoefde te lijden. Fietste zonder me te forceren omhoog en stond om 17.45uur voor het hotel/restaurant van mijn laatste grote berg. Bestelde een ½ liter bier (want ik vond dat ik die wel verdient had) en dronk hem buiten op het terras op, waar niemand anders was, en het was toch een groot terras. Vroeg me af wat een kamer hier zou kosten. De waard die buiten kwam vertelde me dat het 36€ kostte incl. diner en het ontbijt van morgen vroeg. Ik stond versteld. In veel hotels betaal je deze prijs alleen voor de kamer. Zo regelde ik een kamer boven op een berg. Prima bevallen hoor! Men voorspelde regen en bliksem voor deze nacht en tegen 3.00 uur werd ik wakker van de donder. Zette mijn raam open en genoot van een prachtig schouwspel aan de noordelijke hemel. Aan de andere kant van de berg was het alleen maar grauw en grijs en bewolkt. Maar wat zag ik daar? Eerst dacht ik dat ik een heldere ster zag, daarna dacht ik een vliegtuig waar te nemen, maar geen van dat alles was het. Een zeer helder licht met een pulsar boven op, hing enige minuten stil aan de hemel, daarna verplaatste het zich over grote afstand in enige seconden, om dan ineens te verdwijnen. Dit kan volgens mij niet anders dan een UFO geweest zijn. Toen ik mijn verhaal s’anderendaags aan mijn vrouw doorbelde zij mijn kameraad Gerard: ‘we zullen hem morgen maar gaan halen’ want als hij voort UFO’s ziet?? Toevallig hadden we dat al eerder afgesproken, maar toch….
28e dag donderdag 20 – 6 Col de Grand Ballon – Col de La Charbonniere 139 km
Prima ontbijt genoten, nog nooit zo goed ontbeten in Frankrijk. Ik overweeg om hier eens een paar dagen heen te gaan met mijn lief, om te gaan wandelen en zo. Stapte om 9.30 op, nadat ik al wat gebuurt had met een aardige Hollander. Dacht veel af te dalen maar dat viel mee. Reed “de Route des Cretes” waarin drie Cols verstopt zitten en welke behoorlijk toeristisch is. Zo kwam ik op de hellingen van de Collet Du Linge 3,1p. Hier in deze omgeving is in 14/18 hevig gevochten en overal zie je begraafplaatsen uit die tijd. Ongeveer een km onder de top was een Duits kerkhof en ik kon het niet nalaten om er even overheen te lopen en de opschriften op de gedenkstenen te lezen. Op de top aangekomen was een Frans kerkhof uit die tijd met een oorlogsmuseum uit die tijd, en ook hier stopte ik even. Wat hebben die Fransen veel geleden van die eerste wereldoorlog zeg. Overal zie je gedenk tekens en veel met verse bloemen en zo. De Col De Calvarie 2,1p is ook al zo’n berg. Kippenvel krijg je ervan. Ik bleef goed rond de 1000m hangen vandaag een echt plateau hier. Mijn fiets begint links en rechts wat mankementen te vertonen de 24er en 26er slaan over als ik kracht zet, en mijn achterband is tot op de draad versleten. Maar ik mag niet klagen met één lek bandje op de 4000 km.
29e dag vrijdag 21 – 6 Col De La Charbonniere – Saverne 73 km
Nog 73km en dan zit het erop. Weer een hotel boven op een berg, en weer goed bevallen. Niet te duur, aardige mensen en een degelijk hotel. Hier waren een twaalftal Franse wandelaars die gisteren tijdens het diner nog al uitgelaten waren. Gewone mensen die er een paar daagjes uit waren. Zo moet het! Niet moeilijk doen en gezellig met elkaar wat wandelen en plezier maken. De tent stond op zijn kop en ik genoot van het plezier wat deze mensen hadden. Later op de avond vonden hier een zestal motortoerrijders nog een goed onderkomen, maar tegen elven lagen allen onder de wol. De morgen begon met flinke regen en ik wachtte tot negen uur voordat ik toch maar aanfietste. Ik moest volgens mijn kaart net de andere kant op dan dat volgens de borden het kortst was, maar omdat ik de route uit wilde rijden volgens schema reed ik de op mijn kaart aangegeven weg in. 75km moest nog wel te doen zijn voor 13.00 (ook al regende het nog wat). Ik sloot vandaag in ieder geval in stijl af. Met regen en ik reed ook nog eens minstens 15km verkeerd. Schreef op mijn route beschrijving de laatste aantekeningen van deze tocht “speurtocht” en een lelijk woord van drie letters, omdat ik naar mijn mening niet rechtdoor kon bij de kruising na de klim r.i. Hasslach/Wasselonne. Nou trek ik achteraf de beschuldigingen aan het adres van de organisatie en de beschrijving van de tocht geheel in, maar op dat moment voelt het zo, (zeker als je onder druk staat om ergens op tijd te moeten zijn). Ik vind overigens dat een tocht ook zo beschreven moet zijn als deze. Het moet niet allemaal even logisch zijn of haarfijn beschreven. Er moet ook nog wat aan de fantasie van de reiziger over gelaten worden, nee sjapoo voor de organisatie. Zo kwam ik bij het klooster van St. Odile en nam er toch nog even de tijd voor om hier wat rond te neuzen. Kocht een boek van de streek en een klein kruisbeeldje als aandenken. Nu zat de tocht er theoretisch geheel op en hoefde ik de laatste 50km maar uit te fietsen. Nog een gevaarlijke afdaling en dan richting op huis aan. Maar die laatste km moeten ook gefietst worden want je krijgt in deze tocht niets cadeau, en zo ervaarde ik dat ook. Ik was eigenlijk een beetje achter op mijn planning, mijn kameraad zou om 13.00 bij het treinstation van Saverne staan, en ik moest nog flink fietsen om er op tijd te zijn. Natuurlijk kwam ik aan de verkeerde kant van het station aan, en ik was te beroerd om nog maar een meter om te fietsen zodat ik met mijn fiets op mijn nek door de tunnel naar de andere kant liep om daar mijn teergeliefde stempel van Saverne op te halen. Mijn vriend had vanmorgen mijn vrouwtje al opgehaald en natuurlijk was het weerzien warm en hartelijk. Nu belde ik mijn fietsmaatje Tiny v Os op, en riep door de telefoon ‘Ik heb ’t gehalt’. Dit roepen wij altijd als wij een zware Col of rit gereden hebben en ik vond het wel toepasselijk om hiermee af te sluiten.
3909 kmT , Jos Minten, juli 2002